10_kerken_banner

nieuwjaar 2012
 

Een nieuw jaar is begonnen, met nieuwe verwachtingen en voornemens, van hoop op wat komen gaat. Dit schrijvend hoor ik dat mensen in Nederland zich volgens het sociaal cultureel planbureau zorgen maken over de omgang met elkaar, de toegenomen verharding en korte lontjes. Ook maken wij ons druk over de economie, de gezondheidszorg en de eigen financiële toekomst. En dat terwijl er ook onderzoeken zijn die aangeven dat wij persoonlijk best gelukkig zijn.

 

De komst van het nieuwe jaar heb ik dit keer mee mogen maken aan de voet van de Brandenburger Tor in Berlijn. Het symbool van een stad met een veelbewogen geschiedenis. Berlijn -verwoest, verscheurd en opgedeeld- heeft zich opgericht uit de puinhopen en een eigen identiteit weten te verwerven, waarbinnen ruimte is voor verschillende culturen en levensstijlen. Het is een stad geworden, die vooruit naar de toekomst kijkt en verder trekt, en haar eigen geschiedenis probeert in te zetten om geweld geen kans meer te geven en de vrede te bewerkstelligen. In een wereldstad worden mensen uitgenodigd om goed met elkaar om te gaan, het is tegelijkertijd verlangen en een opdracht. Die uitnodiging ligt er ook voor onze stad en onze kerk.

Wij wensen dat een ieder er thuis mag zijn, dat er plaatsen mogen zijn waar mensen kunnen schuilen bij elkaar en ruimte om nieuwe krachten op te doen.

 

Namens het pastoraal team, een zalig Nieuwjaar,

Pastor Ingrid Schraven

kerst dec2011In het Kerstnummer 2011 van het Oecumenisch maandblad Open Deur vertelt een predikante hoe ze luistert naar prachtige muziek, terwijl ze gedachten  verzamelt voor haar preek in de kerstnacht. Van de muziek raakt ze in hemelse sferen, maar dan begint haar baby plotseling te huilen: hij haalt haar in één keer naar het hier en nu. ‘De heiligheid van de verstilde muziek moet wijken voor de luide noden van ons kind’ schrijft ze. Terwijl ze dan haar zoon oppakt en begint te sussen, denkt ze opeens: hoe stil en heilig zal het eigenlijk geweest zijn daar en toen in Betlehem? In gedachten hoort ze een groepje herders mompelend en rochelend naar binnen schuifelen, een stelletje blatende schapen in hun kielzog. In de hoek van de stal begint de ezel, opgeschrikt door al die aanloop, te balken. En van de weeromstuit zet het kindeke Jezus het op een brullen … Stille nacht, heilige nacht?! 

De hemelse sfeer van Kerstmis en de aardse stal met z’n geritsel, geblaat en gehuil, ze horen allebei bij het kerstgebeuren. Het kindeke Jezus is niet in de wieg gelegd om zoet en stil te zijn, integendeel: hij zal niet zwijgen over alle contrasten in de wereld, over alles wat met elkaar in tegenspraak is. Hij zal zijn stem laten horen als het gaat om rijk en arm, recht en onrecht, macht en onmacht, licht en duister. Hij is gekomen om de kloof te dichten tussen alles wat van elkaar verwijderd is geraakt. Om te troosten en op te beuren, waar dat nodig is. Om een brug te slaan tussen hemel en aarde, tussen onze dromen over hemels geluk en vrede en de aardse soms bittere werkelijkheid.

Ik weet niet in welke sfeer en in welke werkelijkheid u dit jaar kerstmis gedenkt en viert: misschien met plezier en dankbaarheid, om het goede dat u dit jaar mocht meemaken, om het nieuwe begin dat zich aandiende. Maar misschien ook wel vol verdriet en teleurstelling, om wat u overkwam, om de harde realiteit waarmee u en uw dierbaren geconfronteerd werden: eerder een verlies dan een nieuw begin. Weet dan dat er rondom de kribbe van Bethlehem voor beide ruimte is: voor het hemelse en voor het aardse. Mocht het dit jaar geen ‘stille nacht’ voor u zijn, laat het dan toch een ‘heilige nacht’ wezen: want ‘heilig’ heeft met heil en heel te maken, dat we (weer) heel mogen zijn, mogen worden, erkend in ons welzijn, in ons verlangen en dromen én in onze aardse gebrokenheid. Leef wat aandachtiger in de komende kerstdagen, en houd ruimte voor misschien toch een nieuw begin, onverwacht uitzicht, goede moed en volharding. Dat is in de geest van dat hemelse kindeke Jezus in die aardse stal van Bethlehem!

Ik besluit met een gedicht van Jeroen Zijlstra, uit hetzelfde Open Deur:

In de luwte schuilt de waarheid,
in de schaduw wacht het licht,
in de stilte gaan je oren open,
in de moeite van het wachten
ligt de ruimte, vind je moed,
in het donker gaan je ogen open,
zie je het pas goed.

 

In deze geest van harte: een heilig en heelmakend Kerstmis gewenst! 

Namens het Pastoresteam van Enschede, Hans van der Hulst

 

Het valt mijzelf op dat als ik luister ik wel hoor wat de ander zeg maar het antwoord vaak al klaar heb voordat de ander is uitgesproken. Ongelukkigerwijs ben ik daar niet de enige in.

Ik luister wel eens naar Radio 1 en het valt me op dat er steeds sneller gepraat wordt. Zeker sneller dan vroeger en met een snelheid die ik nooit zal en wil halen. In politieke debatten gaat het er niet over of je verstandige dingen zegt maar wel of je de ander kan overweldigen met je snelle praat. Praten om te scoren, alsof het een wedstrijd is.

Na de Slow Food beweging en de Slow Managementaanpak zou ik willen oproepen tot een Slow Talk Movement.

Deze (S.T.M.) Slow Talk Movement of in het Nederlands de L.P.B, de Langzaam Praat Beweging roept op tot drie handelingen:

1. Luisteren, 2 zwijgen en 3 spreken.

 

1. Luisteren. Onlangs zat ik bij een rechtszitting op Mediant waar de psychiater een oordeel uitsprak over een opgenomen bezoekster van het citypastoraat zonder haar gesproken te hebben, zonder naar haar geluisterd te hebben. Een schriftelijke rapportage was voor de psychiater voldoende om het leven van deze mevrouw ingrijpend te wijzigen. Zou ze als psychiater en als mens geluisterd hebben dan had ze tot een totaal andere conclusie kunnen komen.

Luisteren is slechts de eerste stap om tot een relatie te komen met iemand, tot een werkelijke ontmoeting of dit nu privé of beroepshalve is. Luisteren zonder vooroordeel.

 

2. Nadat we geluisterd hebben zouden we zoals de oude monniken aangaven op twee manieren kunnen zwijgen. Eerst om het oordeel en het beeld dat we van de ander hebben opgebouwd los te laten om de ruimte te creëren de ander werkelijk te horen en te zien. Ten tweede om jezelf te ontmoeten zoals je nu bent. Wie ben ik eigenlijk en hoe sta ik in relatie tot deze persoon, tot mezelf en tot God?

 

3. Pas dan zijn we aan de derde stap toe, het spreken.

Ik moet daarbij vooral denken aan het begin van het Johannesevangelie vooral: “In het woord was leven en het leven was het licht voor de mensen”. Jezus spreekt zijn leerlingen soms streng toe maar het zijn altijd woorden ten leven.

 

Dat is hoe wij kunnen spreken, woorden die het leven dienen, die mensen licht geven. Niet woorden die vernietigen, beledigen, kapot maken. Onze woorden zijn machtige woorden voor onszelf en voor anderen. We kunnen onszelf neerhalen of troosten en anderen neerhalen of troosten. We spreken niet tot mensen omdat er regels gehandhaafd moeten worden, binnen of buiten de kerk, maar vanuit het luisteren, de ontmoeting, en het zwijgen. Tot leven en tot licht voor elkaar.

Vele gesprekken en vergaderingen zouden vanuit de Slow Talk Movement veel effectiever verlopen, tijd besparen tot leven en licht voor elkaar.

 

Jan van den Nieuwendijk

 

kerst2012

Nu ik dit schrijf (1 november) is het nog aangenaam. Het zonnetje schijnt, en op de Oude Markt zitten de mensen nog op de terrassen. We lopen een beetje met ons hoofd in de zomer. Maar toch …de herfstbladeren vallen van de bomen, op televisie hoorde ik spreken over een ‘horror-winter’ en over zoutvoorraden uit Zuid Amerika die aangesproken zouden moeten worden.

De wintertijd is begonnen, en dit betekent ook dat we toeleven naar de afsluiting van het kerkelijk jaar en het begin van een nieuwe periode. Eind november gaan we ook weer beginnen aan de Advent. We gaan op weg naar Kerst. We gaan ons voorbereiden op één van de grote kerkelijke feesten. Kerkelijk is zo’n voorbereidingsperiode wat ingetogen; vandaar in de liturgie ook de kleur paars. Maar toch is de tijd vóór Kerst ook een mooie tijd. Het is de decembermaand. Er brandt feestverlichting in de straten, de Kerstbomen worden gezet en de etalages zijn prachtig versierd. Tegelijk voelen we ook het donker om ons heen. De dagen worden steeds korter. Ook de duisternis is in ons leven. Dit bepaalt soms onze stemming; vooral ook als er problemen zijn of als we het moeilijk hebben.

Toch gloort er een hoopvol perspectief. Dit zien we ook in de teksten, die we in deze periode lezen in de kerkelijke vieringen. De teksten van de profeet Jesaja lopen als een rode draad door de hele Advent. Niet zonder reden, want telkens weer voorspelt hij de tijd van het heil en de komst van de Messias, naar Wie al zo lang wordt uitgekeken. De Advent is een tijd van verlangen. Ook wij, die voorbereiden op Kerst, mogen hoopvolle verwachtingen koesteren. Ook wij mogen leven in de verwachting van de komst van het Kind.

Kan het Kind in de kribbe ook ons leven veranderen? Kan Zijn geboorte ook voor ons een nieuw begin betekenen? De Advent doet ons hopen, dat er nieuw leven mogelijk is, door alle duisternis heen.

We wensen U een goede voorbereiding op het Kerstfeest.

 

Namens het pastoraal team,

Pastoor André Monninkhof

 

 2011367b

 

Wanneer ik dit schrijf is de zomervakantie op zijn laatste benen. De kinderen hebben nog een week om bij te komen.
De volwassenen zoeken naar de draden die vlak voor de vakantie zijn losgelaten of doorgesneden.
Als je terugkomt van even een andere omgeving, dan lijkt het of de wereld gewoon doordraait. Dan lijkt het alsof je best gemist kan worden. Of toch niet…? Het is net als de wasmand: die kan in een etmaal groeien van leeg tot een hele berg. Zomaar vanzelf. Zo gaat dat ook met mensen en in het pastoraat. De ene dag kan ieder het zelf wel af. En de volgende dag is bij 5 personen de nood aan de man: een smak gemaakt, een fatale uitslag bij de dokter, een dip na veel zonneschijn. Dan is een luisterend oor, een bemoedigende blik of samen bidden heel hard nodig. Maar om dit te blíjven geven moet er in stilte en achter de schermen heel wat gebeuren. Door vrijwilligers, door pastores, door koren, organisten en penningmeesters (en door nog veel meer mensen). En niet alleen door te doen. Ook door stil te staan bij wat erg belangrijk is en wat minder belangrijk. Door na te denken hoe we dingen anders kunnen aanpakken. Of wat we moeten laten vallen. En vooral dat laatste is heel moeilijk. Want we ontkomen er niet aan om keuzes te maken. Ook in het pastoraat zitten er maar 24 uur in de dag en 7 dagen in de week; net als toen God de wereld schiep. Als pastores zijn we bezig hierover na te denken, ons te laten adviseren door anderen en te kijken hoe elders dezelfde problemen worden aangepakt. Beperkingen van tijd, menselijke werkkracht en geld. Ieder weet wel: hiervoor is geen pasklaar pakketje.
Het is een weg van zoeken, vinden en uitproberen. Maar over de richting zijn we het met elkaar eens. Dat we uiteindelijk ons geloof samen kunnen blijven beleven en een goede ondersteuning daaraan geven. Daarbij gaat apostel Jacobus ons voor op deze pelgrimsweg. Ik wens ons allemaal een goed seizoen 2011-2012.

Namens het pastoresteam, Carla Berbée, pastoraal werker

 

Subcategorieën

Ga naar boven