10_kerken_banner

het ‘Wat denkt u van het volgende? Iemand had twee zonen. Hij zei tegen de een: ‘Jongen, ga vandaag in de wijngaard aan het werk.’ De zoon antwoordde: ‘Ik wil niet,’ maar later bedacht hij zich en ging alsnog. Tegen de ander zei de man precies hetzelfde. Die antwoordde: ‘Ja, vader,’ maar ging niet. Wie van de twee heeft nu de wil van zijn vader gedaan?’ Beste lezer, dit is niet mijn verhaal. Jezus vertelde het ooit, lang geleden. Toch is het verhaal nog steeds relevant. Ik zou mogen hopen, dat jongeren, die momenteel de belangrijkste bron van besmetting vormen, op die eerste zoon lijken. Er wordt nogal wat verlangd van jongeren. Ga je net studeren, wil je nieuwe mensen leren kennen, thuis raken in een nieuwe stad, ben je in de bloei van je leven en wil je lekker feesten, en dan wordt dat alles aan banden gelegd! Dat is niet leuk! Toch moet het! Want de gevolgen zijn groot. Je wilt niet dat ouderen en kwetsbare mensen geraakt worden als in het voorjaar. Moet de boel op slot, dan gaan bedrijven failliet en verliezen nog meer mensen hun werk. Als iets duidelijk wordt in deze tijd, dan is het wel, dat we allemaal afhankelijk zijn van elkaar. Wat je doet of niet doet, heeft gevolgen voor anderen. In ‘ouderwets’ christelijke zin worden er nu offers gevraagd. Van ieder van ons wordt zelfbeheersing en discipline gevraagd omwille van het grotere goed, de gezondheid en het welzijn van allen. Hoe meer ieder zijn of haar best doet, hoe sneller we uit de crisis komen. Ook al heb je dus eerder gezegd: ‘Ik wil niet’, misschien bedenk jij je nog?

pastoraal werker Frank de Heus

Als jou iets wordt aangedaan, hoe reageer je dan? Laat je het gebeuren? Ga je het gevecht aan? Neem je wraak? Vergeef je het? In de eerste christelijke gemeente worstelt Mattheüs ermee. Hoe voorkom ik dat iets van kwaad tot erger wordt; dat de gemeenschap uit elkaar spat? Mattheüs kiest voor het oplossend vermogen van het gesprek. Als jouw broeder of zuster jou iets aandoet, probeer dan eerst onder vier ogen het gesprek aan te gaan. Wordt er niet geluistert, neem dan één of twee anderen mee. Haalt ook dat niets uit, leg het dan voor aan de gemeenschap. Hij probeert het dus eerst klein te houden, maar als het niet anders is, wordt het individuele geschil tot iets van de gemeenschap gemaakt. Dat is ook logisch. Want één rotte appel kan de hele oogst aansteken. Dat moet je niet willen. Wij - in onze tijd - kunnen wel denken, dat wat wij doen of wat ons overkomt de ander niet aangaat, maar de pijn die wij voelen of een ander aandoen, raakt ook altijd anderen. Want die merken iets van onze gelatenheid, boosheid, verdriet of irritatie. Het doet iets met de sfeer, of je reageert wat je dwars zit af op anderen. Mattheüs heeft veel vertrouwen in het oplossend vermogen van de wijdere kring. De gemeenschap heeft het gezag de overtreder van zijn zonde te ontslaan en te vergeven, maar ze kan de zonde ook bij de overtreder laten staan en hem zelfs buiten de gemeenschap zetten. Maar de gemeenschap moet daarbij altijd bedenken, dat waar twee of drie in Jezus’ naam bijeen zijn, Jezus zelf in hun midden is (Mt. 18, 20). Barmhartigheid wilde die Jezus, geen offers. Hij was niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars. Zo moet ook de gemeenschap zijn.

Pastoraal werker Frank de Heus

cross

Ook in deze tijd van anderhalve meter afstand gaan we weer op vakantie. Velen blijven thuis of blijven in Nederland en weer anderen maken toch ondanks de onzekerheid die er nu heerst naar het buitenland. Na hectische maanden verlangen we allemaal denk ik naar wat rust en even afstand nemen. Dat is heel Evangelisch.

In het Evangelie horen of lezen hoe Jezus meerdere keren tot zijn leerlingen, zij die Hem volgen spreekt over afstand nemen van de sleur van alle dag. Tot rust komen in hetgeen wat ze vermoeid maken of teleur stelt. Komt tot Mij die vermoeid zijn en uitgeput. Heel veel mensen hebben de afgelopen maanden een top prestatie geleverd in de zorg en aandacht voor mensen. En ook wij in kerk en samenleving hadden de dingen graag anders gezien en ervaren. We nemen in de komende maanden even afstand van het alledaagse, hoe anders het alledaagse nu ook is.  Even tot rust komen om daarna weer een herstart te maken in datgene waartoe wij geroepen zijn. Na de periode van vakantie zal ‘normale’ nog niet weer terug zijn. Het alledaagse zal er nog niet weer zijn. Ik hoop dat wij allen hierin weer de weg vinden. Op school, in de maatschappij, maar ook in de kerk. Maar eerst wens ik u allen of u nu thuis blijft of toch in eigen land of buitenland  op vakantie gaat, een goede periode van rust en vrij zijn toe. Geniet en kom tot rust. Vrea en alle goeds.

Willy Rekveld, parochievicaris. 

cross

Zondag 2 augustus luisteren we naar het verhaal, dat Jezus met vijf broden en twee vissen een grote mensenmenigte voedt. Het verhaal staat bekend als het verhaal van de wonderbare broodvermenigvuldiging. Het komt in meerdere varianten voor in de evangeliën. Zondag van de hand van Mattheüs (14, 13-21). Het verhaal zit vol getallensymboliek. Er worden vijfduizend mannen gevoed, vrouwen en kinderen niet meegerekend (Dat is trouwens ook wat!). Vijf is het getal van de mens. Jezus is volledig mens. Mensen komen door hun ontmoeting met Jezus tot hun ware zelf. Hoe komt dat? Ik vermoed, dat dat veel te maken heeft met wat Jezus daarvoor doet. ‘Hij nam de vijf broden en de twee vissen, keek omhoog naar de hemel, sprak het zegengebed uit en brak de broden; hij gaf ze aan de leerlingen, en de leerlingen gaven ze door aan de mensen’. Waar mensen de hemel, God, bij hun dagelijks leven betrekken, weten zij zich niet alleen. God draagt hen. Dat maakt je sterk. Waar mensen zich zo uitspreken en het alledaagse zegenen, gaan ze positief, dankbaar, in het leven staan. Wie breekt en geeft, wie deelt van wat hij heeft, zijn of haar vreugde en verdriet, datgene waarmee hij of zij een ander van dienst kan zijn, verbindt, zorgt, helpt. Dat geeft diepe zin, blijdschap en tevredenheid aan jouw en andermans leven. Jezus moedigt zijn leerlingen, die zich te klein voelen, aan zo ook te doen: ‘Geven jullie ze maar te eten’. Hij heeft vertrouwen in ons. Wij kunnen dat wonder ook laten gebeuren.

Pastoraal werker Frank de Heus

cross

Zalig wie binnenshuis blijft, want zij beschermen anderen.

Zalig de werklozen en zelfstandigen, want hun nood aan God is groot.

Zalig de winkeliers, want zij maken noodzakelijke goederen beschikbaar.

Zalig de post- en pakjesbezorgers, want zij brengen noodzakelijke dingen.

Zalig het ziekenhuispersoneel,  spoeddiensten, dokters, verpleegkundigen, zorgverleners en schoonmakers, want zij staan tussen ons en het graf, en hen komt het Koninkrijk van de Hemel vast en zeker toe.

Zalig de kassiers, want zij verdragen overwerk en frustratie met geduld en kracht.

Zalig de vuilnisophalers, want ze zullen God zien over de afvalberg heen.

Zalig de leerkrachten, want ze blijven standvastig in verwarrende tijden.

Zalig de kerkwerkers; diakens, priesters en bisschoppen, want ze zijn een troostende aanwezigheid. In een wereld die pijn doet, blijven ze de weg naar God wijzen.

Zalig de alleenstaande ouders, want ze gaan alleen om met hun verantwoordelijkheden, zonder die even te kunnen uitstellen.

Zalig al wie alleen is, want ze zijn kinderen van God en met Hem zijn ze nooit eenzaam.

Zalig de nabestaanden, want ze hebben het ergste al gehad. Getroost zullen ze worden.

Zalig wie geïsoleerd zijn met hun misbruikers, want op een dag - zo bidden wij - zullen ze veilig zijn.

Zalig allen die in deze tijd zuiver van hart zijn. Al wie blijft hongeren en dorsten naar gerechtigheid. Al wie vrede bewerkt en barmhartigheid uitdraagt. Dat zij nabijheid mogen ondervinden en kalmte.

Moge de genade van onze Heer Jezus Christus, de liefde van God en de gemeenschap van de Heilige Geest met ons allen zijn. Amen.

© Jayne Manfredi en Dave Walker

cross

Ga naar boven