10_kerken_banner

'Het is niet gemakkelijk de hoop te bewaren... Kijk met vertrouwen naar de tekenen van vitaliteit...' 'Willen jullie de mensen nabij zijn en die zoeken naar betekenis in hun levens... Hoe zouden jullie hen anders kunnen vergezellen tijdens deze zoektocht, dan door naar hen te luisteren, en met hen de hoop, de vreugde te delen die Jezus Christus ons geeft?'

Woorden van Paus Franciscus aan onze bisschoppen bij hun bezoek aan Rome. * Toen ik dit las was ik aangenaam verrast. Of liever gezegd: ontroerd. Daar het gaat om: moed houden, elkaar bemoedigen. 'Dat wij als christenen een plaats moeten innemen in onze eigen wereld maar niet met geweld. Bij de oecumene met hartelijkheid samen naar waarheid zoeken. Bij elkaar in de buurt blijven zodat we aanwezig kunnen blijven met geloof dat levend maakt. Dat leegte aan het licht mag brengen. Niet met regels maar met overtuiging.'

Het is op dit moment helemaal niet moeilijk om verbitterd te raken; of te zeggen: "ik ga wel voor de TV zitten op zondag"; of te denken: "ZE doen maar, mij zien ze niet meer....".

Waar blijf je dan met je inzet, met je contacten, met je enthousiasme, met alles waar je voor geleefd en met wie je hebt geleefd. Is het zo veel waard dat je het in de steek laat? Of is de waarde verbleekt, afgesleten? En schrik je dat op een dag alle glans verdoft is tot sleur? Af en toe grijpt alles wat gaat veranderen me ook een beetje naar de keel. Veel van wat er aan mensen, aan kerken, aan gebruiken en gewoonte zo dierbaar was, zal langzaamaan veranderen of verdwijnen. Zo gaat dat in het leven. Je merkt het pas echt als zo'n proces al een heel eind gegaan is. Als je eerlijk kunt terugkijken, zie je over je schouder al een aanloop van jaren. Wilde je dat niet zien? Of kon je het niet waarnemen? Achteraf praten is altijd gemakkelijker. De beste stuurlui staan tenslotte altijd aan de wal. Er zal nog veel meer gaan veranderen! En wat blijft... gelovige mensen met geloof - hoop - liefde in een vorm die past bij vandaag en hopelijk ook morgen. Dat we mogen putten uit oude bronnen die hun waarde bewezen hebben. Al is het iedere keer toch ook tasten en zoeken. Een geloof op de tast... en toch ook weer zo herkenbaar. Zoals die man die vanuit Argentinië zijn land verlaten heeft en praat, omhelst, de straat op gaat en de mis opdraagt. Wat blijft is pastoraat: zorg om elkaar, zorg om anderen die je voorheen nog niet kende. Een mens die je zo maar mag tegen komen. Om elkaar als gelovige te herkennen vraagt dat jezelf te openen; met een ander oog, een ander oor door je eigen vooroordelen heen. Dan kan een willekeurige vrouw een eigen gezicht krijgen; een mens met haar eigen hoop waar ze iets van wil delen met mij.

Mogen wij zo dit jaar ingaan. Als die arme vrouw die wil delen, waar anderen op neerkijken of langs lopen. Mogen wij elkaar die hoop toewensen, die paus Franciscus ons voorhoudt en voorleeft: door de straat op te gaan, naar anderen toe.

Carla Berbée, pastoraal werkster

*AdLimina bezoek 2-12-2013;

tekst te vinden http://www.rkdocumenten.nl/rkdocs/index.php?mi=600&doc=5184

Ieder jaar dromen velen dat het dit jaar een witte kerst mag worden. Op veel kerstkaarten is een besneeuwd stalletje en andere kerstversieringen te zien. Waar komt dit verlangen toch vandaan? Zo’n witte wereld is een adembenemend mooi gezicht. Iedere voetstap die je zet, laat een afdruk achter in de onbeschreven sneeuw, en een zacht geknisper is te horen. Zit er achter onze dromen een verlangen naar stilte? Naar vrede met ons zelf en de wereld om ons heen, zoals de engelen ons toezingen in hun liederen? Een verlangen om ons hoofd leeg te maken en bevrijd te weten?

Het licht is uitgezaaid[i]

dit stralend Woord van den beginne;

een ster geboren, die

ons wijst waar God zich hier laat vinden.

Dit Licht zal als een lopend vuur

de nacht voor altijd overwinnen.

 

Wij vertellen ieder jaar in de Kerstnacht over de geboorte van Jezus, de Zoon van God. Wij luisteren naar het wonderlijke dat in deze heilige nacht gebeurde, over de herders in het veld, de os en de ezel. De verhalen roepen in ons telkens weer ontroering en verwondering op. Het kind in de kribbe vraagt ons om gezien te worden en het roept ons op het leven te beschermen en te behoeden.

Het licht is uitgezaaid

en niet door weer en wind te doven.

Hoe diep het donker ook,

wij zullen in zijn kracht geloven

Want ook de langste nachten gloeit

dit Licht als Morgenster te boven.

 

De mens in het kind vraagt ons ook om ons te laten raken door anderen. We vieren Kerstmis 2013 in een economisch zware tijd, de kwetsbare plekken in onze maatschappij zijn duidelijk zichtbaar geworden, de voedselbanken zijn nog steeds hard nodig. In deze donkere dagen vertellen wij opnieuw over het kind waarmee God zich ontfermt over de mensen op de hele wereld. Het vraagt ons allen om plaats te maken in de herberg, om ons hart te openen als een nieuw wit blad waarop geschreven mag worden.

Het licht is uitgezaaid

in ons, opdat wij zullen stralen.

In onze liefde wil

het zich duizendvoudig herhalen.

Maak ons tot sterren in de nacht

voor al wie met ons adem halen.

 

Wat zou het mooi zijn als deze stille nacht verlichting mag brengen en zo een heilige nacht voor iedereen kan worden. Mede namens mijn collega’s mag ik u allen een zalig kerstfeest toewensen!

Pastor Ingrid Schraven

 


[i] Sytze de Vries, De mens in het kind” 2009

Citaat van Paus Franciscus: “Met een kerk die zich beperkt tot beheersmatig werk in de parochie, die opgesloten leeft in haar eigen gemeenschap, gebeurt hetzelfde als met een persoon die afgesloten is van de buitenwereld: ze kwijnt lichamelijk en geestelijk weg. Of ze wordt aangetast, zoals een afgesloten ruimte waar schimmel en vocht zich spreiden. Met een kerk die zelfgenoegzaam is, gebeurt hetzelfde als met een persoon die alleen met zichzelf bezig is: ze wordt paranoïde en autistisch. Als je de straat op gaat, kan het jou en ieder ander overkomen dat je een ongeluk krijgt. Maar ik heb liever een verongelukte kerk dan een zieke kerk.”

Dit lange citaat is een spiegel voor ons allen in Enschede nu we in het proces van kerksluiting en hergroepering zitten. We hangen zo graag aan de veiligheid van de muren van onze gebouwen, afgesloten van die rare buitenwereld waar allemaal foute dingen gebeuren.

Binnen is het veilig en hebben we onze eigen regeltjes en vormen en rituelen. Deze Paus schaft de rituelen niet af maar weet dat rituelen niet zonder mensen kunnen en mensen niet zonder rituelen. Dat rituelen er zijn om als mens in de wereld te kunnen werken en gelukkig te zijn. Dat we ons gedragen weten door God door Christus waardoor we niet bang hoeven te zijn voor de wereld.

Maar, zoals de Paus ook schrijft: de herder is niet één schaap kwijt van de honderd, nee er zijn negenennegentig schapen kwijt en er is er één over. Wij als kerk, vrijwilligers, parochianen en pastores kunnen beter de wereld intrekken om mensen te ont-moeten die zich niet meer binnen die muren begeven. Het heeft geen zin om zoveel muren overeind te houden voor dat ene schaap. We zullen dus, als we echt gelovige mensen zijn, andere vormen moeten vinden voor kerkelijke aanwezigheid in de wereld. Daar helpen geen opgesloten eucharistievieringen of woord- en commu-nievieringen.

Ik schreef al: “als we echt gelovige mensen zijn”. Volgens mij is dat echter de vraag waar het om draait. Onze geloofsbeleving hangt voor een deel aan vast aan uitdrukkingen als: “zo zijn we dat gewend” of “zo doen we dat nou eenmaal”, ”het lijkt me vanzelfsprekend dat het zo gaat”.

Gekoppeld aan opvoeding en de traditie zoals het in de jaren veertig, vijftig en zestig er aan toe ging. Ik herken dat maar al tegoed.

Soms verbaast me de vanzelfsprekendheid en zelfs oppervlakkigheid waarmee we met de liturgie omgaan. De eucharistie is, naast de dienst en het luisterend oor voor onze naaste, de krachtigste presentie van het Goddelijke in onze westerse en geseculariseerde wereld. Het lijkt wel of we zelf onderschatten welk een spirituele kracht uitgaat van de samenhang tussen de liturgische rituelen en de praktische diaconale activiteiten. De kracht zit niet in het een of het andere maar juist in de samenhang. Dit is wat er zo nodig is in de huidige westerse wereld. Daarvoor is het niet goed ons op te sluiten in de liturgische reglementen maar moeten we de straat op en met mensen een levend geloof ontwikkelen door luisteren en te doen. Vaak gedragen we ons oppervlakkig terwijl we geen oppervlakkige mensen zijn, niemand, in de kerk niet en daarbuiten niet. Alleen kom je daar pas achter als je werkelijk stilstaat bij elkaar. Als je de tijd neemt voor elkaar, als er ruimte is om elkaar werkelijk te ontmoeten. En in een snel pratende wereld waarin alles vlug, vlug moet zou juist de kerk een plaats kunnen worden waarin mensen elkaar werkelijk kunnen ontmoeten, stil kunnen staan bij elkaar, om te luisteren. Stilstaan soms even, zoals op een station of om het met een klassiek woord zoals op een statie. De kerk zou meer staties kunnen creëren, plaatsen waar mensen elkaar kunnen ontmoeten en daarin God kunnen ontmoeten, samen rituele vormen zoeken om de Onnoembare te durven ontmoeten. Niet volgens regeltjes maar in een proces van gelovig zoeken en gelovig worden.

Ik denk door te hebben wat de Paus daarmee bedoelt.

Laten we daar energie in steken.

Jan van den Nieuwendijk, p.w.

Bij het luiden van de bel begint de viering in de kerk. Dat zijn we zo gewend. In Pelgrim nummer 7 heeft een artikel gestaan – in het kader van een reeks: “Wat en waarom, gebruiken tijdens de H. Mis” – waarin wordt toegelicht, dat we – aan het begin van de Eucharistieviering – de sacristieklok luiden uit eerbied voor Jezus Christus. Ik citeer: “In de persoon van de priester is het Christus zelf die onder ons komt. Niet dat de priester zo heilig is of zo, maar hij representeert Christus”.

Nu vroeg iemand naar aanleiding van dit artikel: maar hoe zit dan bij andere vieringen, die in onze kerken plaatsvinden. Want dan luidt toch ook de bel voor het begin van de viering? Op zich een begrijpelijke vraag, want in onze kerken zijn er – naast de Eucharistievieringen – ook andere vieringen als woord- en communievieringen, gebedsvieringen, Lof, rozenkransgebed, Thomasvieringen, Taizévieringen en mogelijk nog andere vormen van vieren. Het luiden van de bel voor deze vieringen zou je zo kunnen uitleggen, dat door dit geluidssignaal onze aandacht wordt gevraagd voor het feit, dat wij ook bij deze gelegenheden als geloofsgemeenschap samenkomen in de hoop, dat wij de Heer mogen ontmoeten in het luisteren naar zijn Woord, door samen te bidden, door samen stil te worden rond het Allerheiligste, dat uitgesteld is; door Zijn nabijheid te mogen ervaren in andere tekenen en symbolen.

Wat hierbij opvalt is, hoe rijk de verscheidenheid is aan vieringen en andere vormen van eredienst, waarin wij ons geloof mogen beleven. Wat ook opvalt, is dat wij als geloofsgemeenschap bij veel van deze vormen van vieren de behoefte voelen, om een duidelijk teken te stellen, waaruit blijkt, dat we de gewone dingen even laten voor wat ze zijn, in ons zelf keren en onze aandacht richten op ons samenzijn met de Heer. Ook in het leven van alledag doen we dit: als we de overgang maken van waar we mee bezig waren naar weer een ander moment, dan markeren we dit vaak met een ‘overgangsritueel’, dat aanduidt dat we iets anders gaan doen en aan iets nieuws gaan beginnen.

Denkt U maar aan de hamer-slag die de voorzitter geeft met zijn voorzittershamer als teken dat de vergadering nu toch echt gaat beginnen. Als wij in contact willen komen met de bewoner van een huis, dan drukken wij op de deurbel. De jongeren onder ons herkennen vast wel de zoemer die betekent dat de pauze afgelopen is en dat het volgende lesuur gaat beginnen. En de scheidsrechter op het voetbalveld geeft een fluitsignaal om hiermee aan te geven dat er afgetrapt kan worden en dat de wedstrijd kan beginnen.

Zulke ‘beginsignalen’ geven we ook in de kerk. Aan het begin van de viering luidt de bel. Als we gaan bidden, maken we een Kruisteken. Hiermee geven wij als geloofsgemeenschap aan, dat wij ons – in viering en gebed – willen open stellen voor de aanwezigheid van Jezus Christus in ons midden.

Dat het luiden van de bel of sacristieklok ook in ons hart ‘een belletje mag doen rinkelen’, dat de Heer ook in ons midden en in ons leven aanwezig is.

Pastoor André Monninkhof

 carla als pelgrim 

Dit jaar ben ik weer op pelgrimstocht geweest. Sommige mensen gaan naar Lourdes, anderen naar Overdinkel. Waar je ook bent en hoe je onder weg bent dat maakt niet uit, tenminste, dat denk ik.

Soms is het goed naar een heilige plek te gaan. Heilig voor mensen omdat er zo veel gebeurd is, omdat er zoveel gebeden en beleefd is, zoveel tranen gevloeid - van verdriet of van hoop en ontroering. Maar soms doet die plek er niet zo veel toe. Want God is toch in heel de schepping terug te vinden, als je daar goed naar kijkt. Het onder weg zijn zelf is dan al een pelgrimstocht. Of liever gezegd: het op weg gaan. Want daar begint het mee, een karwei op zichzelf.

Ik kies op mijn pelgrimstocht voor de manier van lopen, met een rugzak. Gelukkig niet de hele tocht, maar toch wegen 16 kg heel wat. En hoewel ik al een aantal jaren 'meeloop' over-komt het me ieder jaar weer: ik heb te veel bagage bij me. In het Duits betekent Bagage: overtollig gewicht, zaken die je niet nodig hebt en toch met je meezeult.

Als de datum van vertrek nadert raak ik weer in een lichte paniekstemming. Want wat moet er nu mee uit alles wat ik toch nodig denk te hebben op reis, voor 10 dagen bij regen/kou/hitte?!

Het is een opgave op zich zelf om keuzes te maken, te wikken en te wegen. En vooral: om rigoreus te zijn en los te laten. Te vertrouwen dat straks de situatie zelf wel uitkomst brengt.

Waarom ik zo lang stil sta bij het moment van vertrek en niet bij de pelgrimstocht zelf en wat die mij gebracht heeft? Dat ligt toch voor de hand. In juni hebben we als hele parochie in Enschede stilgestaan bij het pakken van onze rugzak om op pad te gaan naar een nieuwe geloofsgemeenschap. En ieder heeft aan den lijve mogen ervaren wat het betekent om rigoureus te moeten kiezen: wat in die rugzak meekan en wat niet.

Wil je op weg kunnen gaan, wil je een pelgrim worden dan moet je keuzes maken. Dan kun je niet anders dan loslaten. Dat is onderdeel van de tocht, nog voordat je maar één stap buiten de deur hebt gezet.

Een weg die niet belooft gemakkelijk te worden. Maar we mogen gaan, samen gaan op hoop van "... kracht die overwinnen doet wat ons wil overkomen."

Na 21 juni hebben we 's zondag dit lied gezongen:

Kom en volg mij

Kom en volg mij op de weg,

gehoorzaam aan de schriften
die zijn vervuld in wat ik zeg:

zij zullen u verlichten.
Vraag niet of hij wel veilig is,
maar durf mij te geloven:
ik ben voor u in duisternis
het schijnsel voor uw ogen.

Ik geef u niet de overvloed
waarvan de mensen dromen,
maar kracht die overwinnen doet
wat ons wil overkomen.

Kom en volg mij op de weg
en doe elkander leven.
Ontvang wat u tot vrede strekt
als zegen van Godswege.

Pastor Carla Berbée

Subcategorieën

Ga naar boven