10_kerken_banner

Nu ik dit schrijf zijn we ruim twee weken onderweg naar Pasen. Voor mij is het een tocht, die door de woestijn voert, met af en toe een oase.

Zojuist heb ik de Mis opgedragen in één van de kerken in ons grote werkgebied: in een kerk, die zo’n 300-400 mensen kan herbergen, zaten zegge en schrijve 27 mensen.
Nu ben ik blij met iedereen die naar de kerk komt. Maar zo weinig mensen in zo’n grote kerk, dit put me als pastor uit. Dan rijd ik terug naar huis, en vraag me wel eens af: waar doe je het allemaal nog voor ?

Een inspirerende ervaring daarentegen was de Aswoensdagviering in de Sint Jan. Ik was blij verrast met een volle kerk. Ook de zang van het koor van de H. Geest-Maria was mooi. Prachtig om in zo’n entourage (met veel mensen dicht bij elkaar) te mogen vieren. Daar word ik nou enthousiast van! Vanavond, in de viering met maar 27 mensen, lazen we het evangelie van de vijgenboom. Er komen al drie jaar geen vruchten meer aan. De landeigenaar overweegt om de boom om te hakken. Maar de wijngaardenier vraagt om nog wat geduld: laten we er nog een beetje mest bij doen, misschien draagt de boom volgend jaar wel vrucht. In deze wijngaardenier herkennen we Jezus, “het gelaat van de barm-hartigheid van de Vader”, die steeds weer bereid is om ons een nieuwe kans te geven en hiertoe zijn leven geeft aan het Kruis. Voor mij is het komende Paasfeest: het feest van Gods barmhartigheid: getekend met de wonden van het Kruis komt Hij ons kwetsbare mensen tegemoet. In deze wonden mogen wij ook onze eigen pijn en zorgen herkennen. We mogen ook moed putten uit Zijn nabijheid. Zou het ook zo kunnen zijn dat Zijn offer aan het Kruis ons de kracht geeft om te geloven in nieuwe kansen?

Met de geloofsgemeenschap, waar ik vanavond – met maar zo weinig mensen – de Mis mocht vieren, zou ik graag in gesprek gaan over hun geloofsbronnen: wat is voor hen de mest, die ze nodig hebben om in hun midden de vijgenboom weer tot bloei te brengen? En wat kunnen wij hieraan als pastores bijdragen?

Ook na de Pasen zullen er nog woestijnervaringen zijn. Maar we mogen leven uit de belofte, dat kale steppen eens tot bloei zal komen.

Van harte wens ik U en allen die U lief zijn een goede opgang naar Pasen en een Zalig Paasfeest!

Pastoor André Monninkhof

Het kan u niet ontgaan zijn: vanaf 1 januari jongstleden zijn de plastic tasjes bij de boodschappen niet langer gratis. Voor mensen die graag plastic tasjes blijven gebruiken is er geen man overboord: ze zijn nog volop verkrijgbaar, maar je betaalt er nu voor.
Dit besluit is bedoeld om ons bewust te laten worden hoe wij met plastic omgaan. En een stap verder: hoe slecht al dat afval is voor ons milieu.
Mijn kinderen hadden laatst aan tafel een heel gesprek met elkaar over de opwarming van de aarde en over de schadelijke straling door het gat in de ozonlaag: is dat werkelijk zo erg, en zo ja, wat doen we er daadwerkelijk aan? Moeten we echt met een vliegtuig op vakantie?
We worden ons steeds meer bewust van deze ontwikkelingen en zeggen: wat voor footprint laat jij op aarde achter als je straks op je leven terugkijkt.
Anders gezegd: heb jij de schepping schade berokkend, of heb je je best gedaan om ook iets terug te geven aan de aarde?
Onze schepping lijkt me een serieuze zaak, we hebben maar één aarde, daar moeten we dus zuinig en zorgvuldig mee omgaan. Een grote verantwoordelijkheid.
Na het gesprek van mijn kinderen nam ik me opnieuw voor om nog bewuster om te gaan met de schepping om me heen.
Zo min mogelijk afval, zoveel mogelijk hergebruiken, kritisch zijn met boodschappen doen, zuinig omgaan met energie. Mijn footprint.
En toch…. elke keer verbaas ik me weer over al het plastic afval dat ik ‘spaar’ voor de container.

Het woord ‘footprint’ doet me denken aan een gospel hymne:

Footprints of Jesus leading the way

Footprints of Jesus by night and day

Sure if I follow, my life would be sweet

Saved by the prints of his wounded feet.

In deze hymne horen we Jezus` voet-stappen langskomen: naar Betanië, naar Getsemane, ofwel naar de armen en zwakkeren in de samenleving, en niet te vergeten zijn eigen ondergang tegemoet.
Maar we mogen ook horen: toen ik verloren was, en Hij mijn roep hoorde, was Hij er, en nam mijn last op zich’. Jezus` footprint is er voor ons allemaal.
Het is een mooi beeld: welke footprint laat ik achter, waar gaat mijn voetstap heen.
Een kinderlied zingt: ‘Voeten heb je om te lopen naar de mens die eenzaam is’.
Ik neem mij voor om dit jaar zo min mogelijk schadelijke footprints achter te laten en mijn voetstappen te doen gaan naar wie wel wat aandacht kan gebruiken.

 

Pastor Marga klein Overmeen

Met Kerst zullen we weer samen zitten rond de stal van Bethlehem. Vertederd zullen we kijken naar het kindje in de kribbe, omringd door Maria en Jozef. Ook de herders, de schapen, de os en de ezel, en de drie koningen met hun kamelen zijn van de partij. Is dit hele tafereel, dat ons ieder jaar weer ontroert, niet de ‘uitbeelding’ van het verlangen dat in ons leeft naar vrede alom, in ons eigen persoonlijk leven, maar ook in deze wereld? Vormt de verbondenheid, die we zien in de stal, niet de ‘verbeelding’ van ons hunkeren naar geborgenheid, zeker in deze onzekere en roerige tijden?

Nu ik dit schrijf, is de tragedie in Parijs nog geen week geleden. De angst voor de dreiging van terreur zit er bij de meesten van ons nog diep in. We leven niet alleen mee met hen die – direct of indirect – het slachtoffer werden van zoveel zinloos geweld. Maar ook ons onszelf bekruipt een ‘unheimisch’ gevoel. In hoeverre kunnen wij ons zelf nog veilig voelen? Voeg dit bij de stromen van vluchtelingen en  bij alle anderen dingen, die niet meer zijn zoals we ze gewend waren, dan kan het gebeuren, dat we het gevoel van stabiliteit kwijt raken, omdat we niet meer weten waar we aan toe zijn. De vermelding “Wo geat op an mit Kesmis” op de ‘uitkalender’ van de gemeente Enschede krijgt dan opeens een heel andere lading. Wat ik u en mij zou willen toewensen is, dat het Kerstfeest, dat wij met elkaar gaan vieren, een oase van rust mag zijn te midden van alle hectiek, waarmee in de afgelopen periode geconfronteerd werden. Een mens moet even ‘een pas op de plaats kunnen maken’. Dan is het hopelijk goed toeven bij de Stal van Bethlehem. Bij het Kind in de kribbe, dat ons met open armen uitnodigt, mogen we voor even geborgenheid vinden. Bij Hem mogen we ‘thuis komen’. Met de herders en de koningen mogen we ons verwonderen over het licht, dat is gaan schijnen in diepe duisternis. We staan versteld van de vrede, die dit Kind uitstraalt. Zijn geboorte zou de aankondiging  kunnen zijn van een nieuw begin, dat we allemaal zo vurig wensen. Het Kind wordt ons geboren, Gods Zoon wordt ons gegeven. De vrede, die we van Hem ontvangen, zouden we zelf kunnen voortzetten, wanneer na Nieuwjaar het ‘gewone leven’ weer zijn gang gaat. Donkere nachten zullen ons in de tijd die komen gaat wel niet bespaard blijven. Maar het gevoel van gelukzaligheid, dat ons werd geschonken, mogen we bij ons blijven dragen. Het is een kostbaar kleinood, dat in ons hart tot leven is gewekt en dat ons helpt om in tijden, waarin alles in beweging lijkt en niets meer zeker schijnt, ‘andere wegen te gaan’. Tot wij eens onze eindbestemming zullen bereiken en zullen mogen delen in Gods eeuwige vrede.

Graag wens ik u, ook vanuit het pastoraal team, van harte een Zalig en ‘geborgen’ Kerstfeest toe.

 

Pastoor André Monninkhof

In de Mariakerk bevinden zich twee mooie gebrandschilderde ramen. Op het eerste raam zou je oog kunnen vallen als je de kerk binnenkomt. Op dit raam zien we een beeltenis met Maria als Moeder van Altijddurende Bijstand. Zij komt in beeld als Moeder van God, die door haar ja-woord aan de engel de oorzaak is geworden van nieuw leven, van een nieuw begin. Maar ze wordt ook zichtbaar als Moeder van de Kerk, Moeder van alle gelovigen, die ons in Gods Naam nabij is in blijde, maar ook in droevige omstandigheden. Het tweede raam zien we, als we de kerk weer verlaten: het is een raam met de beeltenis van Christus Koning, die de voltooiing is van ons leven als gelovige. Iemand zei me: “Deze twee ramen zijn een mooie symbolisering van alfa en omega, begin en einde”. Aan deze woorden: alfa en omega, begin en einde, moet ik denken nu er in onze parochie twee kerken gesloten zijn. Op 3 januari j.l. was de slotviering in de Heilige Geest-Onze Lieve Vrouw van Altijddurende Bijstand (de Mariakerk); op 10 januari vierden we voor het laatst in de Ariënsgedachteniskerk.

Uiteraard doet de sluiting van deze kerken veel verdriet. In de afgelopen tijd hebben we hier uitvoerig bij stil gestaan. En zoals bij ieder afscheid zal de pijn om het gemis nog wel even voelbaar blijven. Toch hoop ik, dat de alfa en omega van ons geloof ons gaande mogen houden. Met Kerst vieren we in het Kind in de kribbe een nieuw begin. De Drie Koningen voelen dit perfect aan. Aangetrokken door een heldere ster gaan zij op weg. Zij weten nog niet precies waarheen. Maar toch gaan ze op pad. Onderweg stoppen ze even bij in de hoofdstad Jeruzalem, bij koning Herodes. Maar ze laten zich door hem niet op een dwaalspoor brengen. Ze blijven niet stil staan, maar gaan verder, de ster achterna, die opnieuw voor hen gaat schijnen. De ontmoeting met het Christus-Kind openbaart hen, waarom zij op weg zijn gegaan. Ze ontdekken, dat Hij alfa en omega, hoogtepunt en bron, van hun leven is. Dit geeft hen de moed om nieuwe wegen te gaan. Langs een andere weg keren zij daarom terug, de toekomst vanuit een nieuw perspectief tegemoet gaand. Misschien kan ook ons dit beeld helpen, nu wij als pelgrims onze weg zoeken, nu wij twee kerken, die ons lief en dierbaar waren, hebben moeten sluiten. Het is niet meer zoals het was. Dat is waar. Maar beide slotvieringen hadden een ‘open eind’: de deuren van de kerk stonden open, en met Christus in de Heilige Reserve als de Goede Herder voorop, gingen we op weg, zoekend en tastend naar de richting, die we als nieuwe gelovige gemeenschappen Noord en Zuid in onze stad mogen gaan. Nog niet alles staat vast. Met elkaar zullen we moeten ‘spoorzoeken’; er zullen nieuwe verbindingen en andere verbanden moeten worden gelegd. Maar toch zijn er al wat ‘piketpaaltjes’ geslagen. Want het sluiten van een kerk betekent niet, dat de geloofs-gemeenschap, die daar thuis was, zou ophouden te bestaan. Integendeel, ook zij gaat verder, zij het op een andere manier en in een nieuwe context. Wat in ieder geval zal blijven, is de gelegenheid om elkaar te ontmoeten.

Hiertoe zijn er twee nieuwe parochiële steunpunten in het leven geroepen: voor de geloofsgemeenschap “Maria” in “De Kajuit”; en voor de geloofsgemeenschap “Ariënsgedachtenis” in “De Roef”. Op de donderdagen zullen daar gebedsvieringen worden gehouden, met gelegenheid tot ontmoeting en gesprek aan een kop koffie of thee. Ook de koren van de Ariënsgedachtenis en de Maria zullen blijven zingen. Zij staan ingeroosterd in de vieringen in de St. Jozef, de St. Jacobus en de St. Jan.

Hoopgevend vind ik de uitnodiging die ik las in de vorige Pelgrim voor de Nieuwjaarsviering van de nieuwe geloofsgemeenschap Zuid in de St. Jan. Hiervoor hebben drie ‘oude locaties’ de handen ineengeslagen en markeren zo een nieuw begin.

Misschien mogen we het wel zo zeggen: het ‘spanningsveld’ tussen alfa en omega – uitgebeeld in de twee ramen in de Mariakerk – houdt ons telkens weer gaande. Want ieder ‘einde’ betekent steeds een nieuw begin. Dat wij dan vanuit deze inspiratie onze pelgrimsweg zullen vervolgen, ook in Katholiek Enschede. Dat het zo mag zijn, we vragen het, op voorspraak van de patroon van onze parochie, “Sint Jacobus de Meerdere”.

Pastoor André Monninkhof

Het is herfst. De bladeren vallen van de bomen. Het is in dit decor, eigen aan het seizoen, waarin we zijn, dat we stil staan bij onze lieve doden. We denken aan hen, die ons ontvallen, en die we node moeten missen. Zelf heb ik heel wat mensen, die veel voor me hebben betekend, maar van wie ik afscheid heb moeten nemen. In mijn gebed bid ik elke dag voor mijn overleden familieleden en vrienden. Zo blijven ze bij me, in mijn hart.
Ook U zult lieve en dierbare herinneringen bewaren aan hen, met wie U zich van harte verbonden mocht voelen. Wellicht herinnert U zich ook nog de afscheidsplechtigheid in de kerk. Hopelijk was dit een prachtige uitvaartviering en zo ook een mooi eerbetoon aan hem of haar, die U uit handen moest geven.

In onze katholieke kerken wordt de uitvaartviering traditioneel besloten met de absoute. Het is een ritueel van zegening, waarbij we water en wierook gebruiken.
Het water herinnert aan de doop. De voorganger besprenkelt de overledene met water in de vorm van een kruis. Zelf noem ik dan zijn volledige doopnamen, en zeg hierbij: “Water ten leven was er voor U, toen U werd gedoopt. Met water ten leven zegenen wij U, op Uw weg naar het huis van de hemelse Vader”. Wij ontvangen het leven van God; bij Hem vinden we ook onze uiteindelijke bestemming.
De wierook, die we vervolgens branden, is een eerbetoon. Het is zelfs een koninklijk gebaar. Want het herinnert ons aan de drie wijzen, die hun gaven kwamen aanbieden: goud, wierook en mirre. Het Kind in de kribbe had helemaal niets, maar Hij ontvangt ieder van ons (herders, koningen, alle mensen van goede wil) met open armen.
Zo mogen ook wij, die ons hart voor Hem open stellen, erop vertrouwen, dat ook wij welkom zijn bij Hem. Dit is ook onze liefste wens voor degene, van wie we afscheid nemen. We hopen, dat de engelen hem of haar ten paradijze (“In Paradisum”) zullen geleiden en dat hij of zij thuis mag zijn bij de goede God. Daarom bidden we ook, dat al onze gedachten, gebeden en gevoelens, die we in de uitvaartviering aan onze lieve dode hebben gewijd, “als wierook mogen opstijgen voor het aanschijn van de goede God”.

Dat God Zich over onze dierbaren zal ontfermen, en dat hun gedachtenis ons tot zegen mag zijn.

 

Pastoor André Monninkhof

Subcategorieën

Ga naar boven