10_kerken_banner

Veel mensen zijn boos en verdrietig in de parochies en dat is begrijpelijk. Veel van wat mogelijk leek in de kerk blijkt niet in overeenstemming met de voorschriften die in onze kerk gelden. In tegenstelling tot wat er vaak gebeurt past de wet zich aan de veranderende omstandigheden aan. Ook al zijn we mondige mensen geworden en heeft de emancipatie mannen en vrouwen meer en meer aan elkaar verbonden. In de kerk werkt dit vooralsnog niet door. Dat doet veel mensen verdriet en zij verlaten de kerk.
Het parochiebestuur en het pastorale team hebben zich hiertoe te verhouden.
In het laatste teamoverleg hebben we gekeken naar de toekomst. We kwamen tot de conclusie dat er 3 hoofdzaken aan de orde zijn. Deze willen we alvast met U delen.

Op de eerste plaats zijn we gehouden de voorschriften van onze kerk waar te maken. Dit geldt vooral op het terrein van de liturgie, de eucharistie, de priesters en het liturgisch centrum.
We realiseren ons ook dat dit ook ruimte geeft aan allerlei mogelijkheden die we als pastorale werkers en leken hebben zoals andere vormen van vieren, diaconale activiteiten en Padista’s bijvoorbeeld.

Op de tweede plaats realiseren we ons dat het parochiebestuur voor een aantal ingrijpende beslissingen staat ten aanzien van de kerkgebouwen en het personeel. Dit vereist een helder proces waarin we met alle betrokken de pijn zullen delen.

Op de derde plaats realiseren we ons dat we zo druk doende zijn met de regels, de boosheid, het verdriet, het organiseren, het overeind houden, het open houden enz.enz. dat we vergeten ons de vraag te stellen: Waar gaat het eigenlijk om? Waar gaat het ons ten diepste om? Zijn wij gelovige mensen of doen we mee omdat het zo gewoon is? Zo lijkt het wel vaak “ik kom uit een katholiek nest en ben niet anders gewend”.
Ik geloof dat niet, als dat de enige oorzaak was dan was je allang afgehaakt. Ik geloof dat we allen ergens door geraakt zijn waardoor we er nog steeds zijn. Misschien is een ieder door iets anders geraakt, dat kan zijn maar het heeft wel met geloven te maken, een menselijke geloofservaring of een godservaring.
Misschien hebben we het gesprek hierover verwaarloosd en zijn we te gemakkelijk van de bestaande zekerheden uitgegaan en van onze eigen verwachtingen. Ik moest gelijk denken aan de bekende uitspraak van de theoloog Karl Rahner dat “de vrome van morgen zal een ‘mysticus’ zijn, iemand die iets ‘ervaren heeft’, of hij zal niet meer zijn”.   Dat wil zeggen dat we als gelovigen zullen leven vanuit de ervaring van het geheim van het leven en van God en niet vanuit de leer. Vanuit het hart en niet vanuit het hoofd. woordje jan
Dan kunnen we in de buurt komen van de ware zielzorg voor elkaar, in gemeenschap. Een zielzorg die in zich al een eredienst is of zoals de grote kerkvader Johannes Chrysostomus zegt: “Wil je het Lichaam van de Heer vereren? Begin dan niet met het te misprijzen wanneer het naakt is. Vereer het niet binnenkerkelijk met zijden gewaden om het buiten te verwaarlozen waar het kou en naaktheid lijdt. Want Hij die zei: ‘Dit is mijn lichaam’ is dezelfde die zegt ‘Ik was uitgehongerd en gij hebt Mij niet gevoed’. Wat voor zin heeft het dat de tafel des Heren met gouden kelken is beladen, wanneer Hijzelf sterft van honger? Gij maakt gouden kelken, maar schenkt geen kroes water. Wanneer gij uw kerken tooit, waak er dan over uw broeder in nood niet te misprijzen; deze laatste tempel is kostbaarder dan de eerste”.
Als pastoraal team kiezen we ervoor om de komende periode te investeren in de ontmoeting tussen mensen om de levensweg, de geloofservaring en de godservaring met elkaar te verkennen. We hebben daar verschillende ideeën over maar misschien wilt U met ons mee denken. We steken de hand in eigen boezem en nodigen U uit dit met ons te doen.
Door welk geheim bent U geraakt?

Jan van den Nieuwendijk
Pastoraal werker

 

“Heerlijk, de ziel is terug in de aandacht”, schreef Marinus van den Berg enkele weken geleden in de TC Tubantia. Dat gevoel deelde ik met hem: de maand april, Maand van de Filosofie, stond dit jaar met name in het teken van de ziel, het verkennen van wat de religieuze tradities ons aanreiken en van wat mensen zich daar heden ten dage bij voorstellen. Is de ziel ter ziele gegaan of is het Lang leve de ziel, zoals ik verrassend in De Volkskrant las?  

Wie zijn wij mensen eigenlijk, waaruit bestaan we, waartoe leven we, houdt alle leven en bestaan voor ons op bij onze lichamelijke dood, of blijft er ‘iets’ voortbestaan? Dat zijn enkele van de hele wezenlijke vragen die ik ontmoette rond het onderwerp ‘ziel’. In de moderne wetenschappen krijgt het lichamelijke van mensen veel aandacht. Maar als je alle fysieke onderdelen van een mens bij elkaar optelt, ben je er nog niet: wie is die mens dan, en wat leidt en stuurt hem? ‘Wij zijn ons brein’, schreef neurobioloog Dick Swaab, we worden bestuurd door honderd miljard hersencellen, maar wat is dan de eenheid van dit geheel: wie of wat? Is het misschien je ziel, die juist maakt dat jij jij bent, iemand, een geheel: van ervaringen, emoties, inzichten, verlangens en dromen? Ziel, is dat je psyche, je geest? Ziel, is dat iets van het goddelijke in jou, iets van de grote gave van Het Leven, dat in jou op een unieke wijze vorm en uitdrukking vindt en het lichamelijke en psychische geheel leiden en sturen mag? Dat een zinvolle weg in het bestaan moet vinden met persoonlijke vrijheid en verantwoordelijkheid te midden van alles wat al vóórgegeven en om je heen aanwezig is?

Misschien duizelt het u nu al een beetje: zoveel gedachten, zoveel mogelijkheden, zoveel vragen die ik tegenkwam - hier in maar een paar zinnen weergegeven. Zeker wat betreft taal lijkt het allemaal wel wat ingewikkelder geworden sinds de tijd dat de oude catechismus ons voorhield dat we een sterfelijk lichaam en een onsterfelijke ziel hebben en dat deze ziel een geest is, door God geschapen naar Zijn Beeld en Gelijkenis. Ziel heeft in elk geval iets met eenheid en identiteit te maken, en met de verbinding tussen mij als persoon, als zelf, en een groter geheel om mij heen. Ik ben iemand, ik mag iemand zijn, maar ik ben ook maar een klein deeltje van iets heel groots, misschien wel oneindigs.

‘Mijn ziel verlangt’ las ik ook: ons verlangen is het ademen van onze ziel, dat richting en zin geeft aan ons leven, dat ons inspireert en in beweging zet. Dat klinkt als poëzie. Zo kwam ik meer mooie zinnetjes tegen: ‘De ziel is het geheim van wie wij ten diepste zijn’, ‘de ziel is het trillende web waar we ons verbonden weten met alles en iedereen’. Misschien kun je zo nog het beste die geheimvolle werkelijkheid benaderen die we ‘ziel’ noemen en die zo essentieel is voor ons bestaan.  

In het kerkelijk jaar zijn we inmiddels in de tijd na Pinksteren: hoe kunnen en willen we christen zijn in onze tijd, in onze wereld, bezield door Gods goede Geest? Waartoe leide ons dan onze ziel in het centrum van ons zijn, ons bestaan?

Ik vond het ontroerend dat Marinus van den Berg zijn column in het zaterdagse Spectrum van de TC Tubantia beëindigde met een verwijzing naar het belang van het mededogen, de compassie, de barmhartigheid, als het gaat om onze zielen en onze levens. Want in de kern van ons bestaan en in het pastoraat, de zielzorg, gaat het zo vaak over leed en pijn, over onze onmacht, over ons verdriet – en hoe daarmee te leven. ‘Laten wij zacht zijn voor elkander, kind’, zo dichtte Adriaan Roland Holst al in zijn ‘Zwerversliefde’: laat mededogen met elkaar een rode draad zijn in ons leven met elkaar. Dat we in deze geest mogen leven met hart en ziel, in dit bestaan, door alle crisistijden heen, en wie weet: tot over de grenzen van dit leven en onze dood heen ……..

“Veel liefde ging verloren in den wind,

en wat de wind wil zullen wij nooit weten;

en daarom – voor we elkander weer vergeten –

laten we zacht zijn voor elkander, kind”

                  

                (slot van “Zwerversliefde” uit 1920 – Adriaan Roland Holst)

 

Pastor Hans van der Hulst

beeldje

 pasen101

Orthodoxe gelovigen zijn mensen die gematigd zijn, evenwichtig, een open geest hebben en vooral bereid om de dialoog met anders gelovigen aan te gaan, aldus de kerkvader Augustinus volgens professor Paul van Geest in Trouw van 18 februari jl. Tegenwoordig denken we dat orthodoxie te maken heeft met rechtlijnigheid, streng houden aan de regels, traag reageren op sociale veranderingen, het creëren van een isolement waarin de juiste leer wordt bewaakt door de rechtzinnigen. Mensen die het niet erg vinden dat er een kleine kerk overblijft van rechtzinnige katholieken. Ware gelovigen.

Niets is minder waar. Een orthodox gelovige heeft voor de kerkvaders een ‘open geest’. Orthodoxie is meer dan het belijden van goedgekeurde formules.

Het is juist niet de bedoeling dat de kerk een veilige naar binnen gekeerde monocultuur wordt maar de wereld van andersdenkenden open tegemoet moet treden. Want waar zijn we bang voor?

Augustinus had een broertje dood aan het nastreven van een heilloos isolationisme. Ook toen vond Augustinus dat de kerk ontluisterd wordt door krachten die de heerszucht, triomfalisme, hoogmoed en arrogantie niet onderkennen, aldus de professor. Wie zich realiseert dat de kerk en het eigen ik niet volmaakt zijn wordt minder hoogmoedig en zal de anderen minder hautain bejegenen.

En dat de kerk niet volmaakt is, daar worden we helaas deze jaren ernstig mee geconfronteerd.

Bij Orthodoxie gaat het bij kerk-vaders dus om een openheid naar anderen, die meer oprecht en vruchtbaar wordt naarmate de gelovige en de kerk zich realiseert dat ook op hen van alles aan te merken valt. Deze deugden horen bij orthodoxie.

Toch is de sfeer in de Nederlandse kerkprovincie niet van dien aard dat we kunnen spreken van een open orthodoxie. Integendeel, regels worden steeds strakker aangehaald, de juiste leer door steeds minder mensen zwaar bewaakt. De kerk dreigt in een isolement te geraken en sommige gelovigen vinden dat niet erg.

En dan is het Pasen. Christus staat op uit de dood. Christus leeft op in ons, in ons geloof, in onze gemeenschap, in onze kerk. In een kerk zonder angst en benauwdheid. Zonder dreigende ontslagen voor pastoraal werkers en slapeloze nachten of drei-gende berispingen voor priesters. In het volle leven van de wereld. Een kerk waarin het Gregoriaans en het Latijn samen gezongen kan worden met de moderne liederen van deze tijd. Waarin brood en wijn uitgedeeld en gedeeld kan worden uit respect voor een ieder die dit ontvangen wil. Waarin we de Agapè kunnen vieren. Waar in elke eucharistie en in elke diaconale activiteit Christus weer tot leven gebracht. In die onlosmakelijke samenhang van eucharistie en diaconie voor de wereld.

Ik houd van een kerk waar het eucha-ristisch centrum samen optrekt met de caritas, het CityPastoraat en het Huis van Verhalen of andere Pastoraal Diaconale Staties. Waar slachtoffers van misbruik met open armen welkom zijn en daders werkelijk zelf verantwoording nemen voor hun gedrag.

Ik houd van een kerk waar kleine gemeenschappen op hun eigen manier vorm zoeken voor het gelovig samenzijn. Waar plaats is voor de eigen manier waarop kinderen en jongeren gelovig willen zijn.

Een plaats waar we als volwassen gelovigen niet vanuit frustratie maar vanuit de innerlijke opstanding van Christus in ons, die Pasen voor ons allen is, op staan. Dit om onze kerk niet te laten afpakken en inpakken in een o zo veilig maar angstig, heilloos en hooghartig isolement.

Ik houd van een orthodoxe kerk die het af en toe niet weet en zwijgt, evenwichtig is, een open geest heeft en bereid tot dialoog met de wereld om ons heen. Een eucharistische en diaconale kerk zonder angst.

Want waar zijn we bang voor?

Waar blijft die opstanding?

Jan van den Nieuwendijk

Pastoraal werker

Kleine christelijke gemeenschappen
“Small Christian communities”

Zoals U in de jongste nummers van dit parochieblad “De Pelgrim” heeft kunnen lezen, zijn we in onze parochie volop bezig om na te denken over de toekomst van Katholiek Enschede. Hierbij gaat het bijvoorbeeld over de koren, het centraal secretariaat van onze parochie, de kerkgebouwen en de financiën. Waar we ook behoefte aan hebben, is een heldere visie op het pastoraat in onze parochie. Op welke wijze willen wij hier in Enschede in de komende jaren gestalte gaan geven aan ons katholieke geloof ? Uit welke bronnen van inspiratie putten wij als parochie en als geloofsgemeenschappen ? Hiertoe zijn de afgelopen tijd door ons als pastoraal team al diverse stukken geschreven. Zo hebben we een liturgisch werkplan geschreven, ligt er een stuk over levenslijncatechese en is er een notitie verschenen over de padista’s. Naar verwachting zullen deze stukken een rol gaan spelen bij de “update” van het beleidsplan van onze parochie, waar we binnenkort aan gaan beginnen. Ik zeg “we”. “We” dat zijn het pastoraal team en het parochiebestuur. We vinden het belangrijk om hier samen in op te trekken. Uiteraard zullen we ook de geloofsgemeenschappen binnen onze parochie bij dit beleidsproces gaan betrekken.
Als we nadenken over het toekomstig beleid in onze parochie zou ook van belang kunnen zijn het concept van de ‘kleine christelijke gemeenschappen”, ook wel small Christian communities” genoemd. Dit zijn kleine, levende kernen binnen onze parochie. Het zijn plekken van ontmoeting, waar een kleine of iets grotere groep mensen ons katholieke geloof op een aantrekkelijke en aanstekelijke manier met elkaar deelt. Dat dit op heel verschillende manieren kan gebeuren, blijkt wel uit de variëteit aan “kleine gemeenschappen” die we binnen onze parochie al kennen. Hierbij denk ik bijvoorbeeld aan zangkoren, mensen die doordeweeks samen de Mis  vieren en hierna elkaar aan een kopje koffie ontmoeten; de groep, die iedere avond in de bovenkapel van de Pauluskerk bij elkaar komt voor de eucharistische aanbidding; de Rooms Katholieke Studentenvereniging “Ariëns” (Roman Catholic Students Enschede); de bezoekers van het Oecumenisch Citypastoraat; de Bijbelgroep; groepen “in en om de kerk” in onze geloofsgemeenschappen; groepen deelnemers aan diverse cursussen en gespreksgroepen. En zo zijn er misschien nog wel meer groepen binnen onze parochie. Zij hebben alle gemeen, dat de leden van of deelnemers aan deze groepen elkaar kunnen vinden om het geloof met elkaar te delen en samen met elkaar op te trekken. Ook binnen de padista’s (pastoraal diakonale staties) zouden deze kleine christelijke gemeenschappen een plaats kunnen krijgen. Verder zouden ook nieuw te vormen groepen binnen dit concept van de kleine christelijke gemeenschappen gestalte kunnen krijgen.
Ik hoop van ganser harte, dat met en binnen al deze levende kernen ons geloof zal bloeien als nooit tevoren !

Pastoor André Monninkhof

Inspiratie voor dit artikel is geput uit “Van plicht naar levensstijl”; artikel in het Katholiek Nieuwsblad van 30 maart 2012, p. 13

Dit keer geen woordje van de pasto(o)r maar een oecumenische ervaring van Hetty Mulder.....................

 bidden

Toen ik voor de eerste keer hoorde, dat er in de Week van het Gebed 2012 een oecumenische dienst zou zijn met dit

thema, wist ik niet wat ik daarvan moest denken. Waarom winnen? Wat is dan winnen? Win je wanneer je iets beter

doet dan een ander? Win je als je een prijs ontvangt? Of win je wanneer je tot andere inzichten komt? En bidden?
Waarom doe je dat dan? Voor wie? Voor jezelf? Of voor een ander? Waar? Wanneer? Hoe?
Heel veel vragen en dat naar aanleiding van één zinnetje van drie woorden. Met een vraagteken én een uitroepteken.

Op zondag 22 januari is de dienst in de Jacobuskerk. Ik ben heel benieuwd naar de uitleg van het thema.

Omdat de dienst pas om 11 uur begint heb ik ruim tijd om eerst met mijn hond in het bos te lopen. En zoals zo vaak

op zondagochtend, hoor ik vanaf kwart over negen de kerkklokken luiden, terwijl ik over het bospad loop en mijn

gedachten deel met de vogels, de bomen, de eekhoorns. “Is dit nu ook bidden?”, vraag ik mezelf af. Waarom niet? Je

stelt je open, verwoordt je gedachten, je zorgen, je twijfels, je blijdschap. Alle zegen komt van boven, vandaag in

bijzondere mate, want ik kom letterlijk druipend van de regen thuis.

Tegen 11 uur hoor ik de kerkklokken opnieuw. Tijd voor de dienst over ‘Winnen met gevouwen handen”. Na aankomst in

de kerk kijk ik snel in het boekje, ben heel benieuwd. De kerk is redelijk gevuld, na het welkom en de liturgische

begroeting geven de beide voorgangers, ds. Jaco Zuurmond en pastor Hans van der Hulst uitleg over het gekozen

thema. Aangedragen door het land Polen, dat zoveel tegenslag heeft gekend en uiteindelijk toch is uitgegroeid tot

een democratisch land. Hebben ze dat gewonnen? Nee, dat hebben ze verworven. Met veel inspanning en vermoedelijk is

er vaak en veel voor gebeden.

Beide voorgangers stellen de vragen die ik zelf ook heb gesteld. De oecumenische werkgroep heeft elkaar
vragen gesteld. “Bid je? En zo ja, doe je dat met gevouwen handen? In jezelf gekeerd? In stilte? Of gewoon hardop,

met open armen? Stel je je open of sluit je je af? Moeten alle gebeden verhoord worden? Is de wereld dan beter af?

Win je daarmee? Of kan het gewoon helpen hardop uit te spreken wat je bezig houdt? Je open te stellen?”
De vergelijking wordt gemaakt met een wandeling in het bos, praten met vogels, bomen, eekhoorns. Ik kan een

glimlach niet verbergen. Zo herkenbaar…. Het is een boeiende dienst met levende vragen. Antwoorden zijn er

uiteraard niet, iedereen kan voor zichzelf bepalen hoe dat zit.

Zijn er dan winnaars vandaag? Zeker! Ik denk iedereen die aanwezig was en genoten heeft van deze gezamenlijke

viering. Heb ik iets gewonnen? Absoluut. Ik kijk nu anders tegen de woorden uit het thema aan. Heb een prachtige

dienst bijgewoond, rust in mijn hoofd gekregen, in goed gezelschap verkeerd, voluit gezongen, fijne 3 gesprekken

gevoerd en aansluitend genoten van de koffie. Als dat geen mooi begin van de zondag is!

 

Hetty Mulder

Subcategorieën

Ga naar boven