10_kerken_banner

We hebben elkaar een zalig, gezond en goed 2013 toegewenst.

Dat zullen we met elkaar als parochianen hard nodig hebben als we voorzien dat er de komende jaren kerkgebouwen zullen worden gesloten en parochianen elders zullen gaan kerken in andere gebouwen. Elke bestaande geloofsgemeenschap zal dat gaan merken dus niet alleen die gemeenschappen waarvan het kerkgebouw aan de eredienst zal worden onttrokken maar ook die locaties waarvan het gebouw open blijft. Er zullen zeker in de liturgie andere gemeenschappen ontstaan. Er komt ander volk over de vloer die mee willen zorgen voor kwalitatief mooie vieringen. Sommige locaties hebben daar in het recente verleden al ervaringen mee opgedaan en weten dat dit niet vanzelfsprekend soepel verloopt.

Daar gaat een rouwproces aan vooraf.

In het boek “Levend lichaam, dynamiek van christelijke geloofs-gemeenschappen in Nederland” wordt dit proces uitgebreid besproken vanuit een positieve benadering.

“Het hart van de kerk is Christus en Christus is daar waar hij heeft beloofd aanwezig te zullen zijn, in de communicatie met elkaar, in de sacramenten, in de gemeenschap van mensen, in de minste broeder of zuster, in de maatschappij. Het hart is duidelijk, de grenzen zijn open. De aanwezigheid van Christus opent een horizon van hoop”.

Het rouwproces is een menselijk drama. De protestantse gemeente heeft onlangs de Detakerk gesloten met alle pijn van dien waar de ouderen zich nog herinnerden als de dag van gisteren hoe ze de centen voor het gebouw bijeengeschraapt hebben.

In bovengenoemd boek wordt beschreven welke fasen dit drama kent: 1. De shock en de paniek, 2. de emoties, 3. het onderhandelen, 4. Het inzicht, de hoop of de wanhoop, 5. De aanvaarding en toewijding, 6.Het gevoel van verlatenheid en innerlijke vrede samen.

En dit proces gaan alle parochianen doormaken. Het wordt nooit meer zoals het nu is. Gevestigde posities zullen vervallen, mensen die elkaar nog niet kenden zullen met elkaar gaan samenwerken. Het “wij” tegen “hullie” zal losgelaten worden en we zullen met elkaar in velerlei vormen kerk zijn in Enschede, een kerk met een eucharistisch hart en een kerk met open grenzen naar de oecumene en naar de wereld toe. Op een andere manier.

Willen we een servicekerk voor de belangrijke levensmomenten en de sacramenten of willen we een nieuwe gemeenschap opbouwen? Of beide? Hoe sluiten we aan op de huidige cultuur in de samenleving en op de voorschriften van de paus en de bisschoppen. Kan de geloofsgemeenschap in de wijk van betekenis blijven in een Pastoraal Diaconale Statie, een Padista?

Waar het in het pastoraat om gaat is de zielzorg voor mensen. “Zielzorg” in de brede zin van de kerk geformuleerd, pelgrimage met mensen onder-weg, individueel en gemeenschappelijk, kerk als liturgisch centrum, kerk als servicekerk, kerk aanwezig in de samenleving, kerk als stilteplek. (Het was een verademing om tijdens Serious Request in de stilte van de kerk te kunnen zijn.) Gods aanwezigheid zichtbaar maken, werkbaar maken, elkaar ten leven en ten liefde oproepen en elkaar samen brengen. Het verhaal van God met mensen aan het licht brengen. Kerk is ruimte om mensen te bezoeken thuis, en ruimte beschikbaar te maken voor kleine groepen”.

De kerk is “Born to live” in Enschede.

Kunt U “out of the box” denken en doet U mee?

Jan van den Nieuwendijk, pastoraal werker

 

 

opendeur
Het voelt prettig, als je welkom bent. Het is fijn, als de deur open staat en je gastvrij wordt ontvangen. Zeker als je je in de kou voelt staan, ben je blij met de warme deken die je wordt aangereikt, het luisterend oor dat je krijgt, en de liefdevolle aandacht die je wordt gegeven. Zelf tref ik het in deze parochie regelmatig, dat mensen hun deur gastvrij voor mij openen. Als pastor ben ik welkom. De koffie is klaar. En al vlot raken we met elkaar in gesprek over “de dingen van het leven”. Hierbij kan het gaan om droevige zaken, zoals het verlies van een dierbare, maar ook om blijde gebeurtenissen, zoals een voorgenomen kerkelijk huwelijk of de geboorte van een kleine. Ook ‘alledaagse’ ervaringen zijn regelmatig onderwerp van gesprek.

Deze ‘open deur’ is niet altijd vanzelfsprekend. In onze soms vaak harde maatschappij worden er ook wel eens deuren dicht gegooid. Mensen hebben het gevoel, dat ze naar het kastje van de muur lopen en niet meer gehoord worden. Ze stuiten op bureaucatie en kunnen hun verhaal niet meer kwijt. En dat, terwijl ze snakken naar erkenning en ontmoeting. Dit verschijnsel is van alle tijden. Ook de ouders van Jezus ging het zo. Ook voor Jozef en Maria bleven de deuren van de herberg gesloten. Hun Kind werd daarom geboren in een koude stal, waar ze wel onderdak konden vinden. Liggend in een kribbe strekt dit Kind Zijn handen naar ons uit. Hij maakt geen afwerend gebaar, maar opent Zijn handen. Het is een gebaar van welkom. We mogen er zijn, zoals we zijn. Bij Hem mogen we mens zijn: met onze onvolkomenheden, maar ook met onze mogelijkheden. Dat God in Hem Mens geworden is, betekent dat wij bij Hem mens van God mogen zijn. We worden niet gepest, maar er is liefde, warmte, vriendschap en respect.

Deze ‘open deur’, die God voor ons open zet, vieren wij met Kerst. Graag wens ik U toe – mede namens mijn pastorale collega’s en het Parochiebestuur – dat deze deur ook voor U mag open gaan. Zalig Kerstfeest !

 

 

Hoop op vernieuwing

Onlangs mocht ik op de markt in Enschede Zuid koekjes uitdelen en mensen uitnodigen om in het kader van Burendag een kopje koffie te komen drinken in de kerk, immers zelf ook één van de buren in de wijk. Dit was een idee van de werkgroep Kerk en Buurt in Enschede Zuid, waarin de katholieke kerk, de protestantse gemeente Enschede en het Leger des Heils vertegenwoordigd zijn. Deze groep is één van de vele groepen in de stad Enschede die samenwerkt en onder andere probeert contacten tussen mensen te bevorderen. Het initiatief leverde bijzondere gesprekken op en bijna iedereen reageerde positief op het feit dat het vanuit de drie geloofsgenootschappen samen gebeurde.

Het samen optrekken binnen de oecumene is een van de verworvenheden van het Tweede Vaticaans Oecumenisch Concilie dat op donderdag 11 oktober 1962 door paus Johannes XXIII werd geopend. Het was een kerkvergadering die drie jaar zou duren. Een nieuwe lente in de kerk kon en mocht beginnen. Vijftig jaar later zijn we wat realistischer geworden. Voor sommigen ging het concilie te ver, voor anderen niet ver genoeg. De eenheid lijkt ver te zoeken. Dit terwijl er op de laatste dag van het concilie, naast vijftien andere documenten, het document Gaudium et Spes (Vreugde en hoop) werd gepresenteerd. De tekst begint te vertellen dat de Kerk leeft in nauwe verbondenheid met de wereld en met al wie daarin leeft.

De vreugde en de hoop, het leed en de angst van de hedendaagse mens, vooral van de armen en van alle lijdenden, zijn ook de vreugde en de hoop, het leed en de angst van Christus’ leerlingen; en er is niets echt menselijks, of het vindt weerklank in hun hart. (Gaudium et Spes nr.1)

Het riep op tot dialoog op meerdere fronten. Dialoog met andere christenen (oecumene), dialoog met andere godsdiensten (interreligieuze dialoog) en dialoog met de wereld.

Nog steeds heeft deze tekst ons als geloofsgemeenschappen veel te zeg-gen en roept ze ons op tot een soort van gewetensonderzoek. Kunnen wij als gelovige gemeenschap eenheid in verscheidenheid zijn? Lukt het ons om elkaar vast te houden? Lukt het als gemeenschap teken en instrument van de vrede en de eenheid in de wereld te zijn? Kunnen we zo met elkaar in gesprek komen?

Het gaat niet vanzelf en zal ons veel moeite kosten. Maar het is de moeite van proberen waard. Het gaat immers niet om dat wat ons onderscheidt van elkaar, maar om datgene wat ons bindt.

 

Ingrid Scharaven, pastoraal werker

 “Sssst . . . .” stond er eind oktober vóór op een katern in De Volkskrant, kerst nov2012
dat gewijd was aan de Dag van de Stilte: zondag 28 oktober jl.

Verrassend, deze nieuwe aandacht voor de stilte, in onze wereld ‘vol lawaaimachines die stress veroorzaken’, lees ik. Is er nog wel ergens stilte? Nee, zelfs niet in de stilste plaats van Nederland, in de Kaapse Bossen bij Maarn, waar een stiltebankje staat met een tekst van Henriëtte Roland Holst: “De stilte der natuur heeft veel geluiden”. Om even over na te denken, maar dat is wel zo. Maar als mensen zeggen dat ze behoefte hebben aan stilte, bedoelen ze dat ze behoefte hebben aan de afwezigheid van hinderlijke geluiden, die ze ervaren als lawaai. Anderen bedoelen dat ze behoefte hebben aan rust, aan afzondering, even alleen kunnen zijn, om weer opnieuw in contact te komen met zichzelf, of met iets hogers.

Dat is natuurlijk helemaal niet nieuw: al eeuwen lang heeft stilte een prominente plaats in spirituele en kloosterlijke tradities en mensen kiezen er van tijd tot tijd nog steeds voor om zich even enkele dagen af te zonderen, aan meditatiedagen mee te doen, het monnikenleven te delen: in stilte en bezinning. Even op verhaal komen, op adem, tot innerlijke rust. ‘Levende stilte’ mag je dat noemen, want er gebeurt wel iets met je, als je er echt in zit, je ervoor open stelt, ruimte maakt, en je verbonden voelt met een groter Geheel, een grotere Ruimte om je heen. En die verbondenheid kan je dragen, uitnodigen, meenemen, weer energie en levenslust geven om verder te gaan. Dat allemaal kan in de stilte gebeuren en zo kan stilte heilzaam zijn voor mensen.

Advent heeft voor mij ook met stilte te maken. Al een aantal jaren breng ik in de Adventstijd steeds enkele dagen door in een abdij en deel dan in de rust en de stilte van het monniken-leven. Ik ervaar dat als een mooie en zinvolle voorbereiding op Kerstmis en op alle kerstfeestdrukte die daar bij hoort. Advent is: verwachting van iets nieuws, uitzien naar nieuw leven, nieuwe kansen, een nieuw begin, naar nieuw licht, nieuwe liefde, nieuwe warmte in het duister en de kilte van onze dagen en van onze wereld, stilstaan bij de geboorte van Jezus en bij alles wat hij voor mensen en voor onze wereld betekent. Maar daar moet je je dan wel even bewust van maken, te midden van al die decemberdrukte en feestvoorbereidingen, want anders gaat de adventstijd bijna ongemerkt voorbij en mis je voor jezelf de aandacht en de openheid voor dat nieuwe en zo hartverwarmende. Bij mijn adventsteksten vond ik een ‘Lied van de stilte’, dat dit mooi verwoordt:

“In de stilte gaat weer open wat zo lang gesloten was;
ogen zien wat was verborgen,
angst houdt dat niet langer vast.

In de stilte geef je leven
als de ander luisteren wil,
leven dat je door kunt geven
aan wie het maar horen wil.

In de stilte krijg je liefde
als je alles binnen laat,
als je al je zorgen even
in jezelf bezinken laat.

In de stilte, als je handen
net als bloemen open gaan,
kun je als je heel goed luistert
dat wat jou bezielt verstaan.”

Ik wens u allen een goede Adventstijd toe (die begint op 2 december, dit jaar de eerste zondag van de Advent) en een goede voorbereiding op Kerst. Dat u het soms even stil mag laten worden in uzelf. En dat er nieuw licht en warmte mag komen bij alle duister en kilte in uw eigen leven en dat van uw dierbaren en van hen met wie u meeleeft.

 

Pastor Hans van der Hulst

 

Van de zomer ben ik op pelgrimstocht gegaan. Niet naar Lourdes of Overdinkel, niet naar een bepaalde heilige, wel onder bescherming van St. Franciscus*. Zo’n 150 mensen uit 8 Europese landen troffen elkaar in de buurt van Basel. Ze trokken in groepjes van zo’n 20 personen rond, genietend van de gastvrijheid van allerlei dorpen, parochies, kerken.

Pelgrimeren betekent: afzien, afzien door het lopen in de warmte. Ook afzien van comfort en privacy en individuele smaak. Ik kom mezelf goed tegen. “Vind je het dan zo leuk om telkens op een matje met twintigen in een parochiezaaltje te slapen?” Nou nee, niet echt. Maar de ervaring heeft me geleerd dat op deze manieren afzien ook wat brengt, dat niet met een gerieflijke auto te bereiken is. Franciscus had door dat bezit vaak een barrière tussen mensen kan opwerpen. Je leeft van dag tot dag, simpel met wat in je rugzak zit. En dan blijkt: het is genoeg.

Zijn er dan geen botsingen? Ergernissen genoeg, soms grote verschillen van mening over de keuze van het programma, over al of niet in stilte lopen. Maar met tact, menselijke leiding en geduld zijn we daar uitgekomen. Soms moet je overleggen en soms moet je gewoon doorpakken. Geen plenair overleg midden in een plensbui over de picknickplaats. Wel of we met warm weer een dag naar het zwembad gaan voor de kinderen of nog 20 km gaan lopen.

We trokken langs de Rijn, nu de grensrivier tussen Duitsland en Zwitserland. Maar dat is pas 200 jaar. Daarvoor vormde deze streek ten oosten van Basel één staat, onder één keizer en daarvoor onder één bisschop. Dat was ook te merken: er waren tal van bruggen die twee helften van een stad als Rheinfelden met elkaar verbindt. Al zijn die oude bruggen nu alleen nog te voet of per fiets begaanbaar. Deze plaatsen zijn gesplitst geraakt. Ook heerste er tot voor 20 jaar ook nog diepe angst: angst voor de Nazi’s, angst voor geweld en overheersing. Het verwonderde me: de Rijn is daar een grote schone rivier die veel waterkrachtstroom levert. Een grote bron van leven, water, stroom, van een rijke variëteit aan natuur in planten en dieren. Een levensader die mensen heeft verbonden en bij elkaar gebracht. En die door politieke besluiten een scheiding is geworden. Hoe ga je om met deze scheiding? Toch komen mensen weer bij elkaar. De koster van de kerk die ons na de zondagse mis rondleidde vertelde dat er nog talloze vriendschappelijke contacten over weer zijn: met sport-activiteiten, met fanfaremuziek en met parochieel bezoek.

Ik realiseerde me de parallel met ons als pelgrims: je moet moeite doen, soms echt zoeken om degene die je vreemd is te bereiken. Dan helpt het dat je zo min mogelijk bij je hebt, dat je op elkaar bent aangewezen. Dat je heel concreet elkaar nodig hebt om verder te komen. Door samen te koken, de routes voor te bereiden. Dan klinkt het samen bidden anders, het eten smaakt anders. Ook als je elkaars taal niet spreekt ontstaat er in de loop van de week communicatie, een zeker verstaan of aanvoelen. Deze week heb ik mijn eerste woordjes Spaans geleerd; maar gelachen en gezongen hebben we volop.

Inmiddels is mijn rugzak weer op zolder beland. De ervaringen gaan echter mee in het hart en via Facebook blijft contact over de grenzen.

En wij, pelgrims van Jacobus…? Durven wij de rugzak te pakken en op pad te gaan om te ontdekken wat ons bindt, waarschijnlijk méér dan wat ons scheidt…?

* Tochtgenoten van St. Frans, ontstaan uit verzoening tussen Duitsland en Frankrijk in 1929.

Namens het pastoresteam,

Carla Berbée, Pastoraal werker

Subcategorieën

Ga naar boven