10_kerken_banner

Als scheidsrechter bereidde ik mij voor op mijn wedstrijd. Langs de lijn liep ik warm. Met een schuin oog keek ik naar mijn collega. Hij floot op het andere veld. Op een gegeven moment zag ik, hoe een doorgebroken speler werd neergelegd. Ik wist het meteen: penalty en een rode kaart! Maar mijn collega besliste anders, hij gaf ‘slechts’ een vrije schop; en de kaart bleef op zak. Naderhand, in de kleedkamer, zei hij tegen mij: “Ik heb het anders gezien”. Met welk oog keek hij? En met welk oog kijken wij? Als ik deze vraag voor mezelf beantwoord, moet ik bekennen, dat ik me op dat moment liet leiden door mijn gevoel voor rechtvaardigheid. Krom is krom en recht is recht; dus ik zou gehandeld hebben volgens de regels van het spel. Het gevolg zou zijn geweest, dat een speler het veld had moeten verlaten. De verdere wedstrijd zou hij buitenspel staan: off-side. Maar misschien kun je het ook anders bekijken.

In het verhaal van David, die van schaapsherder zomaar koning moet worden, lees ik, hoe God niet afgaat op uiterlijke schijn, maar ons leert kijken met de ogen van ons hart. Deze wat ruimere blik kan ons helpen om af en toe eens met de hand over ons hart te strijken. “God plant zijn oog in ons hart”, zo zegt de dichter Oosterhuis het zo mooi. Dat wij zo leren kijken met nieuwe ogen!

Pastoor André Monninkhof

(juli 2014)

Dezer dagen ging ik met frisse tegenzin naar een toerustingsdag voor pastores. Het onderwerp sprak mij minder aan. Ik was bang, dat ik weer ‘creatief’ zou moeten worden, met bibliodrama, rollenspelen, en wat al dies meer zij. Daar houd ik niet zo van. Veel liever luister ik naar een ‘hoorcollege’ over een bepaald onderwerp, waar ik iets van kan leren. Echter, belofte maakt schuld; dit had ik met collega’s afgesproken, dus ik ben toch gegaan. Het ging over een “verhalencirkel”, een nieuwe methode om met mensen in gesprek te komen. Deze “verhalencirkel” is een draaischijf, met vier schijven, waar je aan kunt draaien. Aan de buitenkant staan thema’s als zomer, lente, winter en herfst (wat roept dit bij je op); naar mate je meer naar binnen komt,kan de draaischijf komen stil te staan bij thema’s, die raken aan diepere vragen van het leven: “Wat zou je anders willen doen”; “waar heb je angst voor”; “wat geeft je energie” en dat soort vragen. Er was inderdaad een rollenspel. We waren met ons drieën. Om beurten waren we de pastor, de observator en degene, met wie het pastorale gesprek wordt gevoerd (de pastorant). Ook ik was op een gegeven moment de pastorant. Bij mij viel de draaischijf stil bij “winter”. Dat riep bij mij de associatie op van een frisse neus halen in een winterbos, waar de takken kaal zijn, maar waar je even tot de kern kunt komen (via de wortels van de stam). Wat meer naar binnen toe op de verhalencirkel viel de draaischijf stil bij: “Waar ben je bang voor?”. Dat heb ik ook verteld. Ik ben bang, dat er oorlog komt (Oekraïne) en ik ben bang, dat ik (weer) ernstig ziek zou worden. Gelukkig vond ik (in het rollenspel) aandachtige gesprekspartners, die goed naar me luisterden. Het was wel confronterend, maar het was ook leerzaam. Achteraf ben ik blij, dat ik gegaan ben. De volgende ochtend kwam ik op de fiets iemand tegen. Hij was ook bij die toerustingsdag. Hij zei me: “Het valt toch wel mee, hè”. Toeval of niet?

Pastoor André Monninkhof

(juni 2014)

Doortocht
Het woord Pesach (Hebreeuws) waar ons woord Pasen vandaan komt, betekent ‘doortocht’ Het herin-nert ons aan de doortocht van de Israëlieten door de Rode Zee en hun redding uit de slavernij van Egypte. Ook ons leven staat nogal eens in het teken van een ‘doortocht’. Neem bijvoorbeeld een verhuizing. Jarenlang heb je samen met je partner gewoond op een vertrouwde stek. Maar dan komt er toch een moment, waarop je afscheid moet nemen van de plek (en van de mensen) die je vertrouwd zijn, omdat je ‘op doortocht’ gaat naar een andere plek, waar je hoopt dat je je kunt gaan thuis voelen. Ook in Katholiek Enschede zijn we naar mijn gevoel ‘op doortocht’. Er gaan kerken sluiten. Dat doet pijn. Het verdriet is er nog steeds. Maar steeds vaker hoor ik de opmerking: “we willen verder’; met andere woorden: we willen op weg gaan en bouwen aan een nieuwe toekomst voor onze parochie. Zelf ben ik naar mijn gevoel ook ‘op doortocht’. Niet alleen als mens, maar ook als pastoor, blijf ik leren van mijn ervaringen in de parochie. Dit is een leerproces, wat volgens mij altijd verder zal gaan. Verder ontmoet ik – rondom uitvaarten – dikwijls mensen in rouw. Ze zijn verdrietig om het gemis van hun dierbare. Dit verdriet gaat nooit weg; de leegte blijft; maar toch merk je na verloop van tijd, dat ook hun leven verder gaat. Mensen pakken de draad weer op, en vinden een nieuwe weg. Zo is heel ons leven eigenlijk een continue beweging van een status quo naar een nieuwe situatie. Het is een drang die in ons mensen zit: soms waan je je in de zevende hemel, en zou je het liefst drie tenten bouwen omdat je dit fijne of bijzondere moment zou willen vasthouden. Maar veel vaker breken we onze tent op en gaan op reis naar een nieuwe streek. “Met fiets en tent naar de Oriënt”. Op doortocht zijn zit ons in het bloed. Het gevoel van Pasen is, dat we onze weg mogen gaan met onze Verrezen Heer als tochtgenoot. Maar voor het zover is, wordt het eerst Goede Vrijdag. De graankorrel moet eerst in de aarde sterven, voordat hij tot nieuw leven kan opschieten. Dat ook wij op doortocht (blijven) gaan, het nieuwe leven tegemoet.

Pastoor André Monninkhof

Midden in de Goede week, terwijl er overal de passie gepreekt en gezongen wordt, gaan mijn gedachten uit naar de gewelddadige moord op pater Frans van der Lugt. Hij bleef bij zijn mensen en is niet weggetrokken. Hij heeft met zijn aanwezigheid de streep weg willen werken tussen liefde en haat, vriendschap en vijandschap, oorlog en vrede. Zijn dood roept wereldwijd verontwaardiging op. Ook het misbruik in onze kerk dat nog steeds aan het licht komt, de armoedecijfers onder kinderen in ons rijke Nederland, en meer onheilsberichten roepen gevoelens op van onmacht, twijfel en moedeloosheid. We lopen het risico ons te laten verlammen, het erbij te laten zitten. Het zijn de puinhopen van Goede Vrijdag.

Zo deden ook de leerlingen van Jezus na zijn dood. Ze trokken ontmoedigd weg naar Emmaus, de stad waar de overheersers gelegerd waren. Een vreemdeling liep met hen mee, die verkeerde kant op, oordeelde niet, veroordeelde niet, maar luisterde en vertelde. Bij de maaltijd neemt de vreemdeling het brood, zegent het, breekt het en geeft het aan de leerlingen. In dat simpele gebaar herkennen zij Hem als hun leraar, hun gids. Ze pakken hun spullen en nemen een andere weg terug, op zoek naar de vrede.

Een prachtig leerzaam verhaal, waarin Jezus zijn leerlingen hun eigen weg en een eigen tempo gunt om tot inzicht te komen. Iedere mens heeft die groeiruimte immers nodig.

Bij het ontvangen van het H. Doopsel vragen we daarom ook om kinderen de ruimte te geven om hun eigen wegen te gaan. Om hen naarmate ze ouder worden de gelegenheid te geven om hun leven zélf in te richten. Dat vraagt van ouders om een gelovig vertrouwen, om elkaar vast te houden, wat er ook mag gebeuren. Dan nóg kan er een tijd komen dat kinderen de kerk voor gezien houden. Dat hoort misschien bij deze tijd en bij hun leeftijd, als ze zelf op zoek gaan naar de diepere grond van hun eigen bestaan. Zo zijn 28 vormelingen onderweg in de voorbereiding op het Vormsel. Op zondag 11 mei ontvangen zij dit sacrament in de Jacobuskerk door vicaris Cornelissen. Ook nemen in onze parochie 85 kinderen voor de eerste keer deel aan de Eucharistie. Deze eerste communievieringen vinden plaats op zondag 18 en 25 mei. Het zijn feestelijke gebeurtenissen voor de hele parochie, waarbij u allen van harte uitgenodigd bent.

 

Ingrid Schraven, p.w.

Het rijke roomse leven is voorbij, er gaan kerkgebouwen dicht, alle goede initiatieven en experimenten van de afgelopen 30 jaar zijn doodgebloed, teruggedraaid of verboden. Vrouwen en gehuwde mannen zullen voorlopig geen priester kunnen worden. Jongeren hebben de traditionele vieringen de rug toegekeerd. Er zijn schandalige praktijken aan het licht gekomen. Er zijn vieringen in grote kerken met soms nog geen 20 parochianen. Pastoraal werkers/sters en andere leken mogen geen askruisje meer geven omdat het geven ervan verbonden is aan het sacrament van de boete. Als je logisch doorrede-neert, mogen zij en andere leken ook geen hostie meer uitdelen want dat is verbonden aan het sacrament van de Eucharistie. De verwachting is volgens het bisdom dat er over 10 jaar geen pastoraal werkers zullen zijn en geen bezoldigde diakens meer. Eerst ontstonden er parochie-verbanden, daarna moesten de parochies in die parochieverbanden fuseren. Nu moeten de parochies die uit die parochieverbanden ontstonden fuseren. Het proces is nog niet ten einde. Het is voorbij….

Het begint…..

Heeft U die foto’s van de paus gezien die met twee kinderen aan zijn zijde twee witte duiven losliet? De witte duif die symbool staat voor de vrede en voor de Heilige Geest. Onmiddellijk werd een van de duiven aangevallen door een agressieve zee-meeuw en daarna door een zwarte kraai. De haviken storten zich op de brengers van de vrede. Toeval? ‘Zo moet deze mensenpaus zich af en toe ook voelen binnen het Vaticaan’ dacht ik. Zo is het ook als je de witte duif loslaat in de kerk en in de wereld. Je bent als vredestichter voor de agressieve haviken maar een kwetsbare vogel. Maar misschien is de kwetsbaarheid juist de kracht van de Heilige Geest en de kracht van Christus als Lam Gods. Dat realiseerde ik me laatst vlak voor de communie in het gebed: “Zie het Lam Gods dat wegneemt de zonden der wereld”. Dat is niet zomaar een zin, dat is ook niet zomaar een uitdrukking van geloof. Het is elke keer weer een zeer krachtig mystiek moment waarvan de reikwijdte niet kunnen bevroeden, waarin Christus in de gedaante van het Lam ‘de zonden wegneemt van de wereld’. Dat is nogal wat. Dat gaat mijn pet ver te boven. En dat is de kracht van elk sacrament, dat gaat ons verstand ver te boven. En we denken nog wel dat we het allemaal zo goed weten, zo rationeel.

Het zijn de duif en het lam die vrede brengen en ons bevrijden. Niet de machtigen, de wetten en de voorschriften.

Konden we maar met helemaal niets, van voor af aan, beginnen” hoorde ik deze week een parochiaan verzuchten. ‘Maar zo ver zijn we al’ dacht ik even later. Laten we beginnen met de ontmoeting tussen jou en mij.

Bisschop Franciscus van Sales schreef rond 1600 dat een leek een bijzondere plaats heeft in de kerk en in de schepping. “Als leek heb je de zorg voor de wijding van de aardse dingen, ook het dagelijks leven is een plaats van heiliging.” We kunnen leven vanuit een houding waarin alles wat we doen aandacht en respect verdient, geheiligd mag worden. We beginnen vanuit helemaal niets, vanuit onze eigen kwetsbaarheid reik je iemand anders de hand. Een gewone ontmoeting kan al een moment van heiliging worden. Zoals de ontmoeting met de duif en het lam, de ontmoeting met God en Christus. Een ontmoeting waar de haviken om heen zwermen. Dat is het risico maar er is geen andere weg.

Een kerk die begint bij de ontmoeting tussen mensen. We beginnen gewoon van voor af aan. Dat is ook de boodschap van de Franciscus.

Reik als kwetsbaar mens de hand aan een ander kwetsbaar mens en vooral aan mensen die in deze wereld kwetsbaar zijn geworden. Daar is de Geest werkzaam en Christus aanwezig. “Devotie is zo eenvoudig” schrijft deze Bisschop van Sales. “Het is liefde tot God en liefde tot de naaste”.

Als pastoraal team willen we van die ontmoeting werk gaan maken. Ontmoeting is het centrale thema van ons beleid voor de toekomst.

Als kerk plekken creëren van ontmoeting in liturgische ruimten en Pastorale Diaconale Staties.

Jan van den Nieuwendijk,

pastoraal werker

lente LENTE

Een nieuw begin!

Subcategorieën

Ga naar boven