10_kerken_banner

Beste medegelovigen,

Afgelopen drie weken heb ik hier stage gelopen in Enschede en omstreken. Een van de eerste onderdelen van de stage die besproken werd was deze viering. Wegens groot succes van vorig jaar zou ik, net als de vorige stagiair Marko Bucic, een getuigenis geven over de rol van Maria in mijn leven. Ik heb al van verschillenden gehoord hoeveel indruk dat vorig jaar heeft gemaakt. Ik begreep al gauw: de lat ligt hoog.

Maar, beste mensen, in het leven van iedere christen ligt de lat hoog, nog veel hoger dan dit moment. We worden door God uitgenodigd om op zijn liefde in te gaan en een relatie met Hem op te bouwen. En laten we Maria daar nou net bij nodig hebben…

Ik moet u eerlijk zeggen dat ik in mijn tienertijd niet zoveel ophad met Maria en de heiligen. Ik dacht bij mezelf: het gaat toch om God en zijn Zoon Jezus. Waarom krijgt Maria dan ook zoveel aandacht. Natuurlijk heeft ze een bijzondere taak volbracht en is ze een goed voorbeeld voor ons. Maar om haar nou zoveel eer toe te kennen, dat is toch niet nodig? Alleen God geeft toch genade?

Maar wat een waardigheid lopen we dan voorbij? Jezus heeft haar als een moeder aan ons gegeven. Terwijl Hij aan het kruis hing zei Hij tot haar: zie daar uw zoon, en tot ons: zie daar uw moeder. Jezus weet dat, wanneer wij als kinderen van God door het leven willen gaan, wij ook een moeder nodig hebben, die ons bij de hand kan nemen. En daarom heeft Hij zijn eigen moeder aan ons gegeven.

Zij is namelijk degene die zich geheel en al open heeft gesteld voor Jezus, de zoon van God, onze leidsman ten leven. Van het begin af aan heeft zij haar leven afgestemd op haar relatie met God. Daarmee wist ze niet alles wat er op haar weg zou komen, maar haar vertrouwen in Hem, haar geloof in God was rotsvast.

Dat doet me denken aan het huis waarin ik geboren ben. Dat staat in de Pijp in Amsterdam. Daar hadden we een Rozenstuik voor het portaal staan. Maar aangezien er wel wat volk over staat liep, en ook veel spelende kinderen waren, stond die roos daar erg kwetsbaar. Daarom heeft mijn vader onder de grond een grote stalen stang tussen de wortels gestoken, waardoor het onmogelijk was om die roos er nog uit te trekken. En tot op de dag van vandaag staat die roos daar nog steeds en bloeit elk jaar prachtig.

Bij Maria heeft God op de zelfde wijze als die rozenstruik dat vertrouwen op God, het geloof, in haar hart gegrondvest. Even tussen haakjes: geloof is dus niet enkel denken dat God bestaat, maar ook een werkelijke, persoonlijke relatie met Hem hebben. Een relatie van vertrouwen en liefde. Bij Maria is die trouw tot bloei gekomen. Ze heeft haar leven vol vertrouwen kunnen toewijden aan God. Daarin vond ze haar vreugde, vrede en ware vrijheid. God heeft op zijn beurt zijn eigen Zoon aan haar kunnen toevertrouwen. Zij is moeder mogen worden van Hem die de tuinman is geworden van ons leven. Jezus wil zorg dragen voor die rozenstruik in ons eigen hart. Onze relatie met God, ons vertrouwen op Hem wordt door Jezus versterkt en mogelijk gemaakt.

Maar ja, soms gebeurde het wel eens dat ik als kind in Amsterdam al spelenderwijs wel eens wild om gingen met die rozenstruik voor de deur. Mocht het dan eens gebeuren dat ik die rozenstruik omhoog trok, dan voelde ik me natuurlijk als kind al gauw schuldig tegenover mijn ouders. Maar ja, uit goed fatsoen moest ik het dan toch maar vertellen. En u zult dan waarschijnlijk net als ik wel aanvoelen naar wie je dan het liefste gaat… …naar je moeder, in de hoop dat zij niet zo boos zal worden en misschien een goed woordje kan doen bij je vader.

En precies zo heb ik ontdekt dat Jezus ons Maria niet voor niets heeft gegeven. Want telkens als wij aan die rozenstruik in ons eigen hart trekken, wanneer wij die relatie met God geweld aan doen, maar uit goed fatsoen daar toch vergeving om willen vragen, dan kunnen we soms gemakkelijker naar Maria toe gaan. En Jezus wist dat wij haar nodig hebben om onze relatie met God te versterken. Niet als een optie, maar als een noodzakelijkheid. Jezus weet hoe wij als mensen in elkaar zitten.

Door naar Maria te gaan zien wij een voorbeeld, een voorbeeldige vrouw, van hoe we die relatie met God vorm kunnen geven, hoe we het vertrouwen op Hem kunnen versterken. Maar ze zegt ook tegen ons: ga maar met je hart, met je vertrouwen, met je zorgen, met je hele hebben en houwen naar Jezus, de tuinman. Hij zal er voor zorgen.

Maria is onze moeder geworden. De moeder van Jezus neemt ons bij de hand. Laten we eens beseffen wat een waardigheid ons daarin is gegeven…

Ik had het zojuist al even genoemd, een moeder kan soms ook een goed woordje doen bij je vader. Als wij ons tot Maria keren, dan doet zij ook een goed woordje bij onze Vader in de hemel. U zou misschien denken, en ik heb die twijfels ook zeker gehad: ontlopen we daarmee niet juist die relatie met God…? Nee, in tegendeel, Jezus heeft ons een moeder gegeven die ons helpt om die relatie met hem te versterken. Jezus weet hoe wij als mensen zijn, dat we maar kinderen zijn en daarom een moeder nodig hebben. Jezus kent onze gevoelens, ook de gevoelens tegenover God. Ik zou willen zeggen dat het daarom juist passend is, dat God ons een hemelse Moeder heeft gegeven.

Nu wil ik eindigen op welke wijze ik die hand van Maria concreet ervaar in mijn leven. Ten eerste ben ik iemand die in het dagelijkse leven soms duizend dingen door elkaar heen kan doen, omdat ik bij alles wat ik tegenkom, op mijn bureau of als iemand ergens over spreekt, een idee krijg, een plan vat of denk daar ook nog wat aan te moeten doen. In mijn hart kan het verlangen naar al die dingen uit gaan. Maar daardoor kan het verlangen naar Jezus soms ondergesneeuwd raken. Door met regelmaat het Weesgegroet te bidden, komt ook Jezus voorbij: gezegend is Jezus, de vrucht van uw schoot. Door me tot Maria te wenden, groeit ook het verlangen naar Jezus.

Maar daar blijft het niet bij. Maria neemt mij nog verder bij de hand, namelijk door het overwegen en beleven van het leven van Jezus. Hij toont ons namelijk in zijn leven hoe we de relatie met God kunnen versterken. En door met Maria mee te gaan ontmoeten we dat leven van Jezus in zijn volheid:

- Maria zorgt voor zijn Zoon, zoals een moeder dat normaal doet. Ook ik probeer zorg te hebben voor mijn naasten die mijn zorg nodig hebben, met name door de werken van barmhartigheid. Zo ontmoet ik Jezus in hen.

- Maria luistert naar Jezus, naar zijn woorden en bewaard die in haar hart en overweegt ze bij haarzelf. Zo probeer ik ook die woorden van het evangelie te bewaren in mijn hart. Het is voedsel, voedsel voor die rozenstruik, voedsel voor de relatie met God.

- Maria neemt me ook mee in het lijden en sterven van Jezus. Zij staat naast het kruis en loopt die krenking van de menselijk waardigheid niet uit de weg. Zo leer ik ook het lijden te aanvaarden en daarin het vertrouwen op God te behouden, die onze persoonlijke waardigheid van binnen bekijkt en in stand houd.

- Maria neemt ons ook mee in de verrijzenis van Jezus. Zij versterkt daardoor mijn hoop op het eeuwige leven. En door de sacramenten van doopsel, vormsel en telkens weer in de Eucharistie wordt die hoop bevestigd. Jezus geeft zichzelf aan ons, opdat wij ons leven met Hem kunnen verenigen.

Aan de hand van Maria wil ik door het leven gaan, op weg naar onze Vader in de hemel, want ik weet dat zij, mijn Moeder, mij niet los zal laten. De lat ligt hoog, maar Maria weet daar wel raad mee.

Paulus Tilma

Wat brengt ons samen

Wat brengt ons samen is het thema van de 105de bedevaart in Overdinkel. Deze 21ste lustrum bedevaart ter ere van de Heilige Gerardus Majella mag ook de vraag in zich meedragen: Wat bewoog de vele duizenden pelgrims uit Twente en daar buiten op weg te gaan naar dat kleine dorpje dicht bij de Duitse grens?  

Om samen te komen, om op voorspraak van de Heilige Gerardus te bidden en te zingen, om bemoedigd te worden, maar ook om te danken voor de levensweg die wij mogen gaan. Een levensweg die wij zoekend mogen gaan als pelgrims, Gods volk onderweg. In het samenkomen mogen wij aanwezig zijn in de kracht van de heilige Geest. Dat het er eens van zal komen waarvoor in het verleden en het heden pelgrims samen zijn gekomen. Dat de bede die meer dan een eeuw geklonken heeft tot de Heilige Gerardus Majella “ Heilige Gerardus helper in de nood, sta ons bij in leven en in dood.“ kracht geeft en bemoedigd.  In de diversiteit van de  vele intenties wordt dit in vertrouwen neergelegd in de Eucharistie in het Gerardus Majella park en tijdens de processie met het Allerheiligst Sacrament.

In de periode voorafgaand aan deze pelgrimage wordt in de Eucharistie en andere vieringen aandacht geschonken aan het thema: “Wat brengt ons samen”. Dat dit samenkomen voorafgaand aan deze bedevaart, tijdens deze 105de bedevaart, maar ook daarna ons mag aanzetten tot een levendige geloofsgemeenschap. Tot hoopvolle mensen van vrede en liefde in een nabije, warme kerk. Ik wens ons allen een goede tijd toe rond en met deze bedevaart.

Van harte welkom in Overdinkel, in en rond de Gerardus Majella Kerk, mede namens de vele vrijwilligers, de broedermeesters en het bestuur.

Pastor Willy Rekveld.
schelprkleur3

Het vuurtje brandend houden”

Onder deze titel heb ik ooit mijn eindscriptie geschreven ter afronding van mijn studie theologie.

Maar deze titel brengt me nu bij het vuur, dat afgelopen zaterdagavond brandde op de middenstip van EMOS. Dit vuur deed me denken aan het Paasvuur. Dit vuur ontsteken we ieder jaar, als prelude op de viering van het hoogtepunt van ons katholieke geloof. Stonden we op Goede Vrijdag nog stil bij de Kruisdood van Jezus en het lijden en sterven van zovelen; in de schemering van de avond van Stille Zaterdag vieren we, dat God in ons opnieuw het vuur van hoop, van nieuw leven in ons heeft aangewakkerd in de Verrijzenis van Zijn Zoon Jezus Christus.

Deze dimensie van dankbaar gedenken, maar ook van “hoop die doet leven”, mocht ik afgelopen zaterdagavond ook ervaren. We stonden stil bij de “mensen van voorbij”; bij hen, die zich met hart en ziel voor deze club hebben ingezet, al 100 jaar lang. Met ontroering herinneren we ons hun namen, hun verhalen. Maar de rond 150 mensen rondom de middencirkel symboliseerden naar mijn gevoel ook wat er op dit moment bruist in deze vereniging; aan kracht, aan moed, en ondernemingszin. In het heden stonden we stil bij het verleden. Maar midden in deze tegenwoordige tijd; in het feestgedruis van dit moment, is het vizier ook gericht op de toekomst.

Zoals mensen door de jaren heen hun schouders hebben gezet onder deze vereniging; zo zullen we het ook voor de tijd die komen gaat, moeten hebben van: “Eendracht Maakt Ons Sterk”. Want dit is toch de innerlijke kracht van deze vereniging: “wij zijn EMOS”; “wij zijn één familie”; we staan elkaar na, en we zijn er voor elkaar, in leed, maar ook in lief. Van harte hoop ik, dat deze ervaring; dit gevoel van onderlinge betrokkenheid en verbondenheid, vertrouwen mag geven voor de komende 100 jaar. Misschien maken we het zelf niet mee. We zijn dan zelf de mensen van voorbij …maar ooit zal ook het tweede eeuwfeest van Uw club worden gevierd…daar ben ik heilig van overtuigd.

Natuurlijk was het fijn geweest, als ook de ‘jubileumwedstrijd’, die U voor afgelopen zondag door de KNVB was toebedacht, in winst zou zijn omgezet. Mooier kun je het natuurlijk niet treffen: een derby tussen Lonneker (LSV) en Enschede-Noord. EMOS was beter, zo las ik in de krant, maar dit surplus aan kwaliteit kwam nog niet in de score tot uitdrukking.

Misschien dat het jubileumgeschenk, dat ik U namens de Nederlandse Katholieke Sportfederatie NKS-Voetbal mag uitreiken, hierbij kan helpen. Want in verband met Uw eeuwfeest mag ik U namens deze organisatie als aandenken “De Gouden Schoen” overhandigen. Hier bij EMOS hebben we dan nog wel geen ‘Ronaldo’ of “Messi’; maar volgens mij bulkt het hier van het talent; en daarom is het mijn ‘vurige’ wens, dat de aanblik van deze ‘gouden schoen’ U mag helpen om ook bij komende sportieve krachtmetingen aan de goede kant van de score te blijven.

“Eendracht Maakt Ons Sterk”. Dat we het vuur zo brandend mogen houden.

Vrede en alle goeds !

Beste Mensen,pdf1

Als God iets nieuws begint, zoals bij de geboorte van Johannes de Doper, dan gebeuren er soms de wonderlijkste dingen.
Mensen die geen kinderen meer kunnen krijgen, zoals Elisabeth en Zacharias, worden op hun oude dag nog verblijd met een zoon.
De familie en de hele buurt is er blij mee en deelt in hun geluk. Moet je toch eens zien, zeggen ze, hoe goed en barmhartig de Heer is.

In bijbelse verhalen zoals deze gaat het niet om biologische wonderen die Godsonmogelijk zijn, maar om de gelovige boodschap dat in dit geval Elisabeth het leven heeft geschonken aan een bijzonder kind, aan wie God zelf zijn naam geeft.
Dit kind is een toegift van God die iets nieuws wil beginnen en een draai zal geven aan de geschiedenis van God met de mensen. God zelf heeft beslag gelegd op dit kind.
Vader Zacharias, de priester, is stomverbaasd als hij van een engel hoort dat hij nog vader zal worden. Totdat zijn zoon geboren wordt, zal hij van schrik niet meer kunnen spreken.

Als God iets nieuws wil beginnen, moet de priester misschien wel zijn mond houden, dacht ik zo bij mezelf, maar misschien is dit wel een beetje te veel mijn persoonlijke exegese van de koude grond. Je moet ook als priester met je eigenwijzigheid God niet voor de voeten lopen. Zelfs Petrus kreeg dat al te horen.
Bij de besnijdenis en de naamgeving van de kleine komt het allemaal weer goed.
De traditie wordt doorbroken. Het wordt geen Zacharias, maar Johannes zal hij heten, zoals de engel gezegd had.
Johannes betekent: God is genadig. Hij mag als laatste profeet van het Oude Testament een nieuw tijdperk van genade en barmhartigheid aankondigen. Deze Johannes zal als voorloper en wegbereider van Jezus een bijzonder kind blijven.
De hand van de Heer was met hem. Hij groeide op en de Geest beheerste hem meer en meer.

Voordat hij in de openbaarheid trad, verbleef hij in de woestijn, waar hij zich in leven hield met sprinkhanen en wilde honing. Zo staat hij ook op de voorkant van het boekje, dat we voor deze viering gebruiken. Het is van een schilderij van Jheronimus Bosch. Het heet: Johannes in de wildernis.
Hij ligt daar een beetje lui en half ingedut achter een bizarre plant. Het lijkt wel een opiumplant uit een laat-middeleeuwse weedplantage. Wie weet, waar hij van gesnoept heeft?
Als je altijd van sprinkhanen moet leven, kan de verleiding wel eens groot worden.

Waar het op dit schilderij om draait is net weggevallen.
Over de rand van de rotsrichel heen verwijst hij met zijn vinger naar een lam. Hij wijst dus niet naar Jan Kortstee, maar naar een lam, ook al wil ik niet ontkennen dat een pastor, een herder, soms ook niet meer is dan een groot schaap, dat ook wel eens verloren rondloopt als een lam, verlegen, machteloos.
Johannes de Doper zal Jezus aanwijzen als het Lam van God, dat aan het kruis geofferd wordt en dat alle zonde van de wereld zal wegnemen. Zie het Lam Gods, zegt hij tegen zijn leerlingen, als ook Jezus zich door hem laat dopen in de Jordaan om solidair te zijn met alle mensen die in de modder van het leven staan. Dit was tussen het riet meteen zijn visitekaartje.
Jezus voelde zich nergens te groot voor. Hij ging er nog liever aan onderdoor dan dat Hij mensen zou laten vallen. Hij had er zelfs zijn leven voor over.

Op de dag van de wijding in Raalte kregen we Johannes de Doper mee als voorbeeld. Je bent geen priester voor jezelf.
Je mag verwijzen naar Jezus Christus. "Hij moet groter en ik moet kleiner worden", zei Johannes. En kardinaal Alfrink zei: "Je wordt geen priester voor je plezier, maar, ik hoop, met plezier."

Hoewel je nooit kunt beantwoorden aan je roeping, ben ik er toch heel gelukkig mee. Meestal heb ik mijn werk met plezier gedaan, ook al was het best wel eens spannend. Ik ben God dankbaar, dat Hij mij 50 jaar lang als priester door de tijd gedragen heeft.  Je staat er trouwens ook nooit helemaal alleen voor. Alleen ben je nergens. Ik ben er ontzettend blij mee dat ik vandaag mag vieren dat ik al 50 jaar lang mijn priesterschap met heel veel mensen heb mogen delen. In al die mensen heb ik de hand van God mogen ervaren. "Soms krijg je de wind van voren, dan weer in de rug, maar er is nooit een weg terug. Uiteindelijk zal het je  gaan dagen dat je door de tijd wordt gedragen". Dat is het enige gedicht dat ik ooit heb gemaakt!

Toen ik op 24 juni 1967 met zes andere jaargenoten gewijd ben, hield kardinaal Alfrink een preek en de eerste zin luidde:
"Het tweede Vaticaanse Concilie heeft uitgesproken, dat iedere gedoopte deel heeft aan het priesterschap van Christus, de Heer van de Kerk." Ook dat heb ik 50 jaar lang in alle plaatsen waar ik geweest ben, van Bornerbroek tot in Enschede, volop mogen ervaren. Als ik het niet had kunnen delen, was het een grote puinhoop geworden. Net zo goed als de samenwerking met en de collegialiteit van collega-pastores was dat algemene priesterschap van alle gedoopten een groot geluk, een geschenk van God, waarvoor ik heel dankbaar ben.
We zijn allemaal geroepen. Een priester is geen eenzame uitzondering.

Dankbaar ben ik ook voor mijn geloof zoals ik dat van huis uit heb meegekregen vanuit mijn moederkerk in Luttenberg.
Wat je hebt en wat je bent heb je niet van een vreemde. Wat dat betreft denk ik vaak met heel veel liefde aan mijn ouders, mijn vader Willem en mijn moeder Bouwien, een mooie Groningse naam, (geboren in Klossterburen) allebei op hun eigen manier heel gelovige goeje mensen.
Ik denk dat ze op veel gebieden beter doorhadden waar het in het leven om draait dan geleerde theologen. "Je moet wat voor elkaar overhebben", was misschien wel het belangrijkste dat zij ons als kinderen meegaven en ook zelf lieten zien.
Gelovig, maar ook heel nuchter. Met beide benen op de grond. Een praktisch ingesteld geloof. Het mysterie, van waaruit je mag leven, moet je niet kapot praten. Wij zijn in Gods hand.

Dankbaar ben ik alle mensen die ik in 50 jaar heb mogen meemaken en die me hebben laten delen in hun geloof en in hun leven. Gezonden, zieken, mensen die niet meer zo lang te leven hadden, kinderen, jongeren, mensen in de bloei van hun leven, ouderen, collega's, vrienden, vrijwilligers, bestuursleden, die soms ontzettend veel voor me opvingen en zeiden: zorg jij maar voor de mensen, die dat nodig hebben, want daar gaat het    toch om. Wat ben ik ontzettend veel mensen tegengekomen die het evangelie misschien beter waarmaakten dan een gewijd iemand ooit kan doen, heel vaak ook in stilte en vooral uit liefde. Ook mensen die niet met een geloof of kerk zijn opgegroeid of niets meer met het instituut kerk hebben om welke reden dan ook zijn vaak ook of nog beter een voorbeeld van hoe je iets voor elkaar moet overhebben en moet opkomen voor gediscrimineerde groepen. De kerk zou eigenlijk voorop moeten lopen, als het om deze mensen gaat, maar ze komt vaak achteraan. Dat loopt overal dwars doorheen.
De wereld is groter dan de kerk. Dat is een groot geluk en volgens mij heeft dat alles met het Koninkrijk van God te maken dat altijd als een veenbrand onder ons aanwezig zal blijven. Maar je moet het wel blijven zien. Het is allemaal geen heidendom      en negatieve secularisatie. De kerk wordt kleiner, maar de oogst is groot. Ook dat staat in het evangelie.
Daarom ga ik ook met vertrouwen verder, ook al zie je veel angst en wantrouwen, als het om de kerk gaat. Is dat de kerk die we na het concilie voor ogen hadden? Gaat het harde snoeiproces niet ten koste van veel welwillende mensen? Bidt tot   de Heer van de oogst dat hij arbeiders zendt die verder kijken dan lege kerken en secularisatie.

Johannes de Doper zat een keer in een dip. Hij zat in de gevangenis en zag het niet meer zitten. Had hij daarom zijn leven gegeven voor Jezus? Was die Jezus wel degene die hen zou komen bevrijden? Hij stuurde een paar leerlingen naar Jezus met de vragen waar hij mee zat.
En Jezus gaf hem als antwoord mee: Kijk toch eens wat er allemaal gebeurt. Het is allemaal geen narigheid en ellende. Zeg maar aan Johannes: Blinden krijgen weer zicht over hun leven, lammen kunnen weer vooruit, melaatsen horen er weer bij, doven hebben er weer oren naar. Dat was de droom van Jesaja over de komende Verlosser en Messias.

Die droom kwam nu uit. En dat gebeurt ook nu nog. We hebben soms veel te veel heimwee naar macht. Het moet om het welzijn van mensen gaan, zoals paus Franciscus zo vaak zegt met een beroep op barmhartigheid.
God zelf is nog steeds aan het werk, niet vanaf een hoge toren, niet met donderpreken en geweld, maar met alle goede menselijke dingen die ook nu nog volop gebeuren. Hij werkt niet met macht, maar in stilte. Het lijkt soms maar een klein mosterdzaadje, maar laten we het niet onderschatten. Ook nu nog zijn er duizenden en duizenden mensen die met het algemeen priesterschap van doop en vormsel doorgeven waar het Jezus om begonnen is. Wie met harde hand regeert, komt vroeg of laat ten val. Wie zich dienstbaar opstelt, heeft het bij het rechte eind, ook al kost dat je hoofd of je leven zoals de Doper en vele anderen ondervonden hebben in navolging van Jezus.

Als je wat ouder wordt, word je misschien wat naïef of te goedgelovig, maar ik blijf erin geloven dat God ons niet in de steek laat en dat we met vertrouwen verder kunnen gaan.
Alleen: Hij moet groter en ik moet kleiner worden. God is ons aller oorsprong en wij zijn allemaal net als Johannes geroepen om genade voor elkaar te zijn.

Is dat niet de kern van de blijde boodschap? Wie geeft, zal ontvangen, wie uit is op het geluk van de ander, mag zelf geluk proeven, wie weet te troosten, zal zelf getroost worden, wie vredelievend, zachtmoedig en barmhartig is, mag zelf Gods Koninkrijk ervaren. Van Godswege zijn wij allemaal gezonden om Gods genade aan elkaar door te geven en om met God iets nieuws te beginnen. Als we mekaar helpen, dan geven we de ander en onszelf weer moed en dan krijgt ons leven weer inhoud. Dan zijn we geen lege dozen, maar kinderen van God, die leven van de liefde. Heel mooi wordt dat samengevat in het laatste vers van het Lied van de Doper, dat we zo dadelijk nog zullen zingen. "Doper, wat moeten wij doen totdat Hij komt?" Zo luidt de vraag van de mensen aan Johannes.

En zijn antwoord is helder en kernachtig, en een mooie samenvatting van heel onze roeping tot christen, in kerk en    samenleving: "Deelt met elkander het brood van alledag, opdat in u de ander Gods heil aanschouwen mag."

Amen.

Volgens mij heb ik in 50 jaar nog nooit zo lang gepreekt...
schelprkleur3

Het lijkt op de clou van een spannende detective. Je bent benieuwd wie de dader is, en hoe het recht toch nog zegeviert. De ontknoping, waar we hier op doelen, gaat echter over de Goede Week, en de Paastijd, die hier direct op volgt. Zelf vind ik deze week altijd een spannende week. Immers, na veertig dagen van voorbereiding werken we toe naar hèt hoogtepunt van deze week. Na de dramatiek van lijden en sterven volgt de opstanding van Christus als de ‘apotheose’ van alle gebeurtenissen, die elkaar in snel tempo opvolgen. Het bijzondere van dit ‘sluitstuk’ van deze week is, dat het geen einde is, maar een nieuw begin. Het graf is leeg, de dood is overwonnen en het nieuwe leven ligt voor ons.

Eigenlijk gaat het verhaal dus verder. De volgende hoofdstukken spelen zich af in de Paastijd. De leerlingen en ook anderen hebben verrassende ontmoetingen met de Verrezen Heer. Ook Zijn Hemelvaart is nog geen afsluiting. Want met Pinksteren ontvangen de eerste gelovigen de gave van de Geest. Het is de geboorte van de Kerk. Tot op de dag van vandaag zet zij het heilswerk van de Heer voort. Op grond van ons doopsel en ons vormsel worden wij zelf in kracht gezet om te getuigen van Gods liefde. De ‘ontknoping’ zal pas volgen ‘als de bazuinen klinken’, bij Christus’ wederkomst. Wordt vervolgd !

Pastoor André Monninkhof

Subcategorieën

Ga naar boven