10_kerken_banner

‘Is dit een straf van God?’. Sommige mensen, zo werd mij de afgelopen weken duidelijk, worstelen met deze vraag. ‘Zou God deze pandemie over de aarde gezonden hebben, omdat wij ons van God hebben afgekeerd, het evenwicht in de natuur verstoren, elkaar de tent uitvechten?’ De hoofdprediker van het Vaticaan, Raniero Cantalamessa, beandrukte onlangs in aanwezigheid van de paus, dat de pandemie geen straf van God is. ‘God is onze bondgenoot, niet die van het virus’, zei hij. ‘Als deze plagen straffen van God zouden zijn, zou het onmogelijk zijn om uit te leggen waarom zowel de goeden als de slechten erdoor getroffen worden, en waarom de armen meestal het hardst getroffen worden. Zondigen zij meer dan anderen?’. Ik zelf moest bij deze vraag denken aan de onmoeting van Jezus met een blinde man (Joh. 9). Jezus krijgt de vraag voorgelegd: ‘Rabbi, hoe komt het dat hij blind was toen hij geboren werd? Heeft hij zelf gezondigd of zijn ouders?’ Jezus antwoordt: ‘Hij niet en zijn ouders ook niet.’ Zeer resoluut verwerpt Jezus daarmee het beeld van de monsterlijke God, die mensen straft. In het evangelie van Lucas doet hij iets vergelijkbaars (Luc. 13). Onder verwijzing naar een stenen toren die was ingestort en waarbij achttien mensen omkwamen, zegt hij: ‘Denken jullie dat zij schuldiger waren dan alle andere mensen die in Jeruzalem wonen? Zeker niet, zeg ik jullie.’ God is geen straffende God. God is liefde (1 Joh. 4). De pandemie wijst ons er wel op, dat wij kwetsbaar zijn en niet alles in eigen hand hebben. Dat wij niet zonder elkaar kunnen. Niet zonder God kunnen, zou ik gelovig zeggen. Ons antwoord op het virus kan alleen maar zijn ons hart te laten spreken en elkaar waar mogelijk te helpen en er doorheen te halen.

Pastoraal werker Frank de Heus
cross

In quarantaine door Corona.

Opgesloten met Pasen
en straks
met Pinksteren ook.

Quarantaine is afgeleid van een woord voor veertigdagentijd.
Wie in de middeleeuwen was besmet met de pest moest voor de duur van de kerkelijke vastentijd, veertig dagen,
afzien van ieder contact.
Sindsdien heet elke isolatie ‘quarantaine’.

Maar onze isolatie is bepaald geen afsluiting.
Al komt er geen mens over de vloer,
er komt wel van álles binnen:
Nieuws, en nog eens nieuws.
Werk, school, en studie.
Thuis moeten we heel wat verwerken
alleen,
of veel te kort op elkaar
met steeds opnieuw
alleen maar elkaar.
Vanouds is quarantaine bedoeld
om toe te komen
aan wát al heel lang in je is.
Om afgesloten van buiten
te beleven en te verwerken
wat meestal onbewust
doorwerkt in hoe we altijd doen.
Quarantaine is vanouds ook bedoeld
om toe te komen aan wié bij je is.
En voor wie je meestal geen aandacht hebt:
God; Christus. De armen.

Quarantaine ten tijde van Corona
is een bijna lock down
maar toch beslist geen retraite.

Dat kan ook niet.
Er móet deze periode van alles binnenkomen.
En hoe verwerk je dat
als je in huis van alles
en van elkaar
nauwelijks afstand kunt nemen?

De oude regels helpen:
regelmaat, reinheid en rust.
Niet op eén en dezelfde plek
steeds alles, en door elkaar heen.
Maar gestructureerd
en op volgorde in de tijd.
Dát helpt.

Ik heb makkelijk schrijven.
Want gezond van lijf en leden.
En veelal alleen in huis.
Bovendien vier ik elke dag de mis.
En daar gaat dan ook nog flink wat stille tijd aan vooraf.
Zo kom ik op verhaal;
vertrouwd en nieuw tegelijk.

Dat van uittocht, van Pasen en Pinksteren

Pasen: De Heer is.
Hij is, De Weg
uit dood, naar nieuw leven.
Hoe dan?
Dat weten we niet.
Het hoe van zijn vernieuwing wordt door de evangelisten niet beschreven.
Trouwens wat weten wij van echte verandering in ons eigen leven...
Je ontdekt wel de richting. En misschien ook de motivatie waarom het zo niet langer ging. Maar meer ook niet.
Zo weten we ook niet precies hoe wij veranderen in deze coronatijd.
Wel dát we er anders uitkomen.

De vreugde van Pasen is voor ons christenen dat Jezus niet
op- en voor zichzelf is weggestapt uit de dood.
Maar om weer bij ons te zijn.
En om ons opnieuw met elkaar, met de hele mensenfamilie,
en met geheel de schepping te verbinden.
We zijn immers niet bedoeld om alleen op onszelf
of enkel binnen de eigen groep te zijn.
Ik denk dat we dat nu opnieuw ontdekken.
En noem dat onze nieuwe integriteit.
Een ander woord voor het nieuwe geheel.

De paasvreugde is dat de Heer bij ons is
om ons zijn vernieuwingskracht te geven.
De pinkstergeest is onze kracht tot nieuwe integriteit.

cross

Paaswake

Wanneer wij moeten gaan
langs de grenzen van het leven,
waar ziekte ons klein maakt,
onzeker en afhankelijk,
laat ons leven dan niet verlopen in angst.

Als leven pijnlijk wordt,
het broze lichaam vervalt;
laat er een omarming blijven
die ons draagt.

Laten er mensen zijn
die ons vasthouden;
doe zelf uw naam eer aan
en laat U vinden
als wij U zoeken.

Amen.

Sytze de Vries

 

Meditatie bij Paasavond

In het donker van de Paasnacht zoeken wij licht. Een klein beetje is al genoeg om het donker te verdrijven. Waar het licht naar binnen wordt gebracht, wijkt de duisternis. Het begint met één klein nietig vlammetje in een grote donkere kerk, één kaarsje en dan volgt de één na de ander. Eigenlijk ongelofelijk, hoe snel dat gaat en hoe de ene mens de ander aan kan steken, verlicht. De angst die je in het donker kunt voelen, het wachten op een uitslag, een operatie, houdt hij wel of niet van mij, zal dit geluk blijven duren, hoe lang nog, is er een uitweg, red ik mijn werk, mijn bedrijf? Van het ene op het andere moment breekt het licht door, wordt het helder in je hoofd, warm in je hart. Je gaat het redden! Je hebt het gered! Je bent gered! De steen die over je leven lag, wordt weggerold. Engelen helpen jou verder. Een nieuw leven ontwaakt. Je krijgt er weer zin in. Als bij donderslag. Ongelofelijk Pasen!

Pastoraal werker Frank de Heus
cross

Vergeef me, tuinman, dat ik er weer ben
en dat ik morgen hier alweer wil wezen.
Ik heb nog alle stenen niet gelezen.
Er zijn er vele, die ik nog niet ken.

Dat is de reden, waarom ik hier dwaal.
’t is beter u daarover in te lichten.
Soms zijn er doden die ons iets berichten.
Zij spreken een uitzonderlijke taal.

Zo vond ik gister, in een witte steen,
een woord geschreven over eeuwig leven.
Wat doden zeggen is niet overdreven.
Het komt met wat beloofd is overeen.

Geert Boogaard

Pasen

‘Niemand is er ooit van teruggekeerd’, zeggen ze. ‘We weten het niet’, zeggen ze. ‘Ach, opium voor het volk’, zeggen ze. Maar wat zeg je zelf? In deze onrustige tijden? Is dit het dan? Een wereld met mensen in angst? Opgesloten in hun huizen. Schichtig langs elkaar heen lopend. Afstand houdend. Is dat wat wij willen? Waar wij naar verlangen? Neen, natuurlijk niet! We willen vrij, onbekommerd leven. We missen samen het optrekken, bij elkaar zijn, elkaar omarmen, je ‘gewoon’ veilig voelen. Maar zo ‘gewoon’ is dat dus niet. Wij mensen zijn vaak gefocused op alles wat fout gaat en wat goed gaat nemen we voor lief. Maar feitelijk leven we in een angstaanjagend vijandige wereld. Slechts een dun laagje atmosfeer beschermt ons tegen de grote leegte die ons omringt. Een foutje in de celdeling met verschrikkelijke gevolgen is zo gemaakt; een virus zo binnengedrongen. Wat een wonder eigenlijk, dat wij leven! Dat zoveel, zo vaak, zo goed gaat! Dat er te midden van zoveel ziekte, angst, geweld, ook zoveel lieve medemenselijkheid is! En je vindt het bij jouw tuinman, de man die het vuilnis ophaalt, de drogist en de apotheker, de verpleegkundige en de arts aan je bed, de buurvrouw met wie je ontzettend kunt lachen, de leerling op school die onverwacht uit de hoek komt. Ik vermoed Gods aanwezigheid in al die goede mensen, in de schoonheid van natuur en muziek, in de ware woorden die soms gesproken worden en de wereld in een nieuw daglicht zetten. God draagt ons, wiegt ons, zoogt ons en als ons leven dan ten einde loopt en we gaan die grens over… Dan is Hij er. Pasen!

Pastoraal werker Frank de Heus
cross

Goede Vrijdag

Voor iemand die (te) jong gaat sterven

Te vroeg
en als verraad
dient de dood zich aan.

De strijd
ben ik moe,
het leven
was en is mij lief.

Sta mij bij
nu ik alles
moet loslaten
en gedenk hen
die rouwen
over mij.

Bewaar mijn tranen.
Berg mijn levensadem.
Laat mij niet
vallen in het niets.
Bevestig mijn bestaan.

Klaas Holwerda

Meditatie bij Goede Vrijdag

Mensen die met een boog om je heen lopen. Iemand in huis halen en dan bedenken met wie hij of zij allemaal contact zou kunnen hebben gehad. Anderhalve meter afstand houden. Horen van duizenden – als we niets zouden doen – zelf miljoenen die zouden kunnen sterven. De stervende die sterft in plastic. Zwaaiende gezinnen. Opa en oma achter het glas. Aanraken en weten dat je daarmee een grens overgaat. Wikken en wegen. Is het verstandig? Is het menselijk? Wat is het grotere goed?

Goede Vrijdag wordt dit jaar gevierd in een wereld gegrepen door angst. We zijn niet zo onkwetsbaar en onafhankelijk als wij dachten. Niemand en niets staat op zichzelf, bestaat op zichzelf. Wij zijn allen deel van het grotere geheel. Wij zijn groot en klein tegelijk. Groot in wie je bent. Klein in dat grote heelal met duizenden gevaren. Groot in hoe wij elkaar in deze tijd bijstaan, elkaar niet vergeten, elkaar steunen, beschermen, beter maken.

Het ‘waarom’ van al dat lijden, al die angst? Ach, we weten het niet en zullen het ook nooit weten. Heeft God er een bedoeling mee? Neen. Het is wat het is. Moeten wij boos worden op God? Wie zijn wij om God terecht te wijzen? Alles heeft zijn tijd. We kunnen er maar beter net als Job het zwijgen toedoen en dankbaar zijn voor alle goede dingen, die ons (door mensen) zomaar gegeven zijn, en met elkaar stil zijn en huilen en het niet weten, als het kwaad ons treft.

Ik steek een kaarsje op voor jou.

Pastoraal werker Frank de Heus

cross

Subcategorieën

Ga naar boven