10_kerken_banner

Pinksteren 2011

Er waait een nieuwe, frisse wind door de Arabische wereld.
Sinds enkele maanden zijn we getuige van grote veranderingen in meerdere landen in de Arabische wereld. Regimes, die zich twintig, dertig jaar of soms nog langer hadden kunnen handhaven, hielden het niet meer, want mensen verlangden naar meer vrijheid, meer democratie, nieuwe kansen op een menswaardig bestaan. In steeds grotere aantallen kwamen ze samen, stimuleerden ze elkaar om veranderingen te eisen, om vol te houden, om hecht met elkaar verbonden te blijven. Dat alles werd soms het waaien van een nieuwe, frisse wind genoemd: het was tijd voor verandering, voor vernieuwing, voor beweging richting een nieuwe tijd, een nieuwe orde, een nieuwe toekomst, met meer recht, vrede, verzoening en compassie met en voor mensen.duif op raam
Nu het feest van Pinksteren nadert, dacht ik: zou in dit alles ook Gods goede Geest aanwezig zijn, waait hier een nieuwe Geest? “Wat altijd is geweest, het waaien van de Geest, gebeurt aan ons vandaag”, zouden mensen dat in deze Arabische landen vandaag de dag zo kunnen beleven?
Dat vind ik nog niet zo eenvoudig te beamen. Niet omdat het genoemde zich voordoet in een overwegend islamitische wereld: het waaien van de Geest is natuurlijk niet exclusief christelijk. Als we geloven in God die begaan is met het lot van alle mensen, dan willen we ook geloven dat Gods goede Geest werkzaam wil zijn in mensen van alle culturen en geloven, van alle rassen en talen, in welke vorm, op welke manier dan ook, om de goede krachten te versterken. Maar ik vind het nog niet zo eenvoudig te beamen, dat in de Arabische wereld de goede Geest werkzaam is, omdat er ook zoveel sprake van geweld en tegengeweld, van grote aantallen slachtoffers, van verlies en verdriet. Het is een pijnlijk veranderingsproces, in meerdere opzichten. Mogen we dan toch geloven dat hier een goede Geest waait, dat het een goed en gerechtvaardigd ontwikkelingsproces is, dat groei en verandering in deze zich niet zonder pijn en verdriet kan voltrekken, dat de goede wegen bewandeld worden?
Er kwam uit de hemel een gedruis alsof er een hevige wind opstak. (…) Er verscheen hun iets dat op vuur geleek. (…) En zij werden allen vervuld van de heilige Geest”. Als het bijbelboek van de Handelingen van de Apostelen probeert te beschrijven wat er gebeurde, toen Gods Geest vaardig werd over de leerlingen en vrienden van Jezus, zoekt het naar natuurbeelden, om ingrijpende en intense veranderingen en bewegingen te verduidelijken. Gods Geest raakt mensen aan, vervult hen, brengt in beweging, maakt vurig en enthousiast. Wij mensen kunnen die Geest zelf niet zien, maar wel de effecten ervan: wat die Geest doet. Is het niet als een hevige wind, die je zelf niet ziet, maar wel degelijk kunt voelen, die in beweging zet, die de goede kant op kan blazen, maar die soms niet te stuiten is en tot haast onbeheersbare kracht kan toenemen? Is het niet als vuur, dat zelf niet te grijpen is, dat op een goede manier kan verlichten en verwarmen, maar soms zo hevig en intens kan zijn, dat het ook te zeer kan verschroeien en verbranden?
Groeien en ontwikkelen gaat ook in ons eigen persoonlijk leven soms van ‘au’, mensen moeten af en toe door moeilijke, pijnlijke en verdrietige fasen in hun leven en ontdekken dan, terugkijkend, dat er toch iets goeds gebeurd is. Veranderingsprocessen die landen en volkeren betreffen, kennen enthousiaste aanhangers die overtuigd zijn van het gerechtvaardigde van hun strijd, maar ook felle tegenstanders die weerstand en verzet niet schuwen, omdat zij er heel anders over denken. En toch hebben veranderingsprocessen en revoluties in de geschiedenis goede ontwikkelingen tot stand gebracht. We mogen hopen dat zich dat ook in de Arabische wereld zal voltrekken, en liefst met zo min mogelijk geweld.
En ik hoop dat de goede Geest blijft waaien in onze kerk, in onze geloofsgemeenschappen, ook al steekt ook hier soms een tegenwind op.
Ik blijf toch vertrouwen op die goede Geest, die zoveel vermag. 
En de ware vruchten van de goede Geest, zo lees ik ook in de bijbel, moeten zijn: “liefde, vreugde en vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing”(Paulus tot de Galaten: 5,22-23). Mogen dat dan uiteindelijk de resultaten zijn in ons samenleven, in het groot en in het klein. Dat wens ik alle mensen van goede wil in het Midden-Oosten van harte toe, dat wens ik u persoonlijk toe, bij alles wat u mee- en doormaakt.        
Ik besluit met dierbare gedachten uit de oude hymne Veni Sancte Spiritus:
“Kom, o Geest des Heren, kom, uit het hemels heiligdom; 
        kom, o vrede in de strijd, lafenis voor het hart dat lijdt;
        maak weer zacht wat is verstard, koester het verkilde hart;
        geef uw gaven zevenvoud, aan ieder die op U vertrouwt;
        sta ons met uw liefde bij, dat ons einde zalig zij,
        geef ons vreugde die niet vergaat …”

Zalig Pinksteren: voor onze wereld, en voor u allen!

                               Pastor Hans van der Hulst.

 


Enschede kleurt rood

Op het moment, waarop ik dit artikel schrijf, is de hele Oude Markt rood gekleurd. Meer dan 10.000 mensen kijken naar de kampioenswedstrijd van FC Twente. Al ruim voor aanvang van de wedstrijd is het één groot feest. Zeker als iedereen uit volle borst met elkaar zingt: “You ‘ll never walk alone”.
Deze week nog zei iemand tegen me: “Enschede is altijd al een rode stad geweest”. Wat degene hiermee bedoelde, laten we nu maar even in het midden. Maar toch … de kleur rood speelt in deze stad een belangrijke rol, zoveel is wel duidelijk.
Ook onze kerk kleurt rood. Dat doet zij met Pinksteren.
Pinksteren is het Feest van de Heilige Geest. De kleur, die wij traditioneel verbinden met de Heilige Geest, is rood. Rood is de kleur van bloed. Maar rood is ook de kleur van vuur, de kleur van passie, en de kleur van liefde. Al deze betekenissen mogen meeklinken, als wij overwegen, wat voor ons de betekenis kan zijn van het Pinksterfeest. De tijd van de Heer (Kersttijd, Paastijd) die begon met het feest van Zijn geboorte, is afgesloten met het feest van Hemelvaart. Nu breekt de tijd van de Kerk aan. Het goa-stokje wordt aan ons doorgegeven. Want wij zijn die Kerk ! God geeft ons een Helper, de Heilige Geest. De Heer zelf heeft ons beloofd dat de Heilige Geest ons zal helpen om waar te maken wat Hij ons in zijn aardse leven heeft voorgeleefd. duif
Deze Geest wordt ons met Pinksteren gegeven. Hij doet het bloed door onze aderen stromen. Hij laat ons hart van binnen kloppen, als Hij ons gevoel; als Hij onze emoties aanspreekt. Soms doet Hij dat op een onverwachte manier. Zo vindt iemand op het grafje van zijn overleden kind een rode ballon. Deze ballon is opgelaten in een heel ander deel van ons land, met een goede wens. Deze goede wens komt terecht bij deze vader, die wel een hart onder de riem kan gebruiken. Deze rode ballon doet hem beseffen, dat hij er niet alleen voorstaat, maar dat er mensen zijn, die met hem meeleven. “You ‘ll never walk alone”.
Zo is het ook met ons. Ook wij staan er niet alleen voor, als wij ons laten ‘begeesteren’ en vanuit dit gevoel lief en leed samen kunnen beleven. De Geest van de Heer, die zijn leven aan ons gaf, kan ons hierbij op weg helpen.
Het is nu rust. FC Twente staat op achterstand, maar toch blijft de hoop leven in de harten van allen, die zijn samengedromd op de Oude Markt. Dat merk je aan de sfeer. We zijn vol verwachting van wat de tweede helft ons zal brengen; vol verwachting ook van wat de toekomst voor ons in petto heeft.
Mijn liefste wens is, dat Enschede rood zal blijven kleuren. Rood van de Goede Geest, die ons in vriendschap en naastenliefde met elkaar verbindt. Eén van hart en één van ziel.
Zalig Pinksteren.

                                  Pastoor André Monninkhof

P.S.: Ook na de wedstrijd kleurde Enschede rood. We toonden ons goede verliezers. Na de nederlaag volgde een zegetocht. Zo kent deze wedstrijd ook nog winnaars !

Hemelvaarthemelvaart

‘Terwijl zij Hem bij zijn hemelvaart gespannen nastaarden, stonden opeens twee mannen in witte gewaden bij hen die zeiden:
“Mannen van Galilea, wat staat gij naar de hemel te kijken? Deze Jezus die van U is weggenomen naar de hemel, zal op dezelfde wijze terugkeren als gij Hem naar de hemel hebt zien gaan”.´

Handelingen 1;10


Eén van de leukste aspecten van het pastoraat zijn de gesprekken met kinderen in de vele scholen die onze parochie rijk is.
Zo ook deze weken in de groepen vier waar de voorbe-reiding op de Eerste Heilige Commu-nie in volle gang is.
Uiteraard gaat het dan over Jezus die graag wil dat wij het op aarde met elkaar mooier en beter maken. Eén meisje van zeven verbeterde mij onlangs: ”Een beetje slecht(s) heid is ook nodig” zei ze, “anders weten we niet wat een goede wereld is, waar we aan moeten werken.” We waren er allemaal even stil van.
Het is als het licht dat alleen te waarderen is als je ook de donkerte kent.
Want soms gebeuren er dingen in de wereld of in je leven die zo ingrijpend zijn dat je er geen woorden voor kunt vinden. Je voelt je onmachtig en niet in staat te handelen. Op het moment dat ik dit schrijf zijn er in ons land doden te betreuren; niet door een terroristische daad waar veel mensen bang voor waren, maar door een jonge man op een gewone zaterdagmorgen.

In de media horen en lezen we verhalen van ooggetuigen.
Mensen zoeken steun en gehoor bij elkaar.
Zo moet het ook geweest zijn voor de apostelen die na de gruwelijke dood van Jezus ontredderd verder moesten.
Hij was hun leraar, hun raadgever en leidsman. Zij spraken over hem en af en toe leek het of hij er nog echt was en voelden zij zijn aanwezigheid. Zo hebben ze sterk het gevoel gehad dat hij niet helemaal weg was. Maar er kwam een moment dat zij zich realiseerden dat hij echt verdwenen was, en zij zonder zijn raadgevingen en commentaar verder moeten.

Mensen die een dierbare medemens verloren hebben vertellen vaak hetzelfde verhaal. Zij spreken over de warme belangstelling na het afscheid, de kaarten en bezoekjes die ze mochten ontvangen. De dierbare herinneringen die verteld worden. Er is veel te doen en te regelen. En dan komt het moment waarop dit afneemt en je alleen verder gaat. Zonder degene die commentaar levert en alles mee beleeft.
De joodse auteur Elie Wiesel schrijft daar na het sterven van zijn vriend het volgende over: "Daar kun je je schuldig aan voelen. Waarom mag jij doorleven? Maar die schuld legt een taak op je schouder. Voortaan zul jij de wereld bekijken, mede door de ogen van je gestorven vriend. De krant zul je lezen, de eerste aardbeien proeven, de sneeuwvlokken in december en de bloesem in april zien, mede door de ogen van die ene ander."
Een opdracht wordt hier gegeven niet naar de hemel te staren, maar op aarde aan de slag te gaan, handen envoeten te geven aan ons geloof, de wereld te zien en te waarderen, in de alledaagse dingen, de schoonheid van de natuur en de medemens.
“Wij hoeven de wereld niet te redden, die is al gered”, schreef pastor Kortstee een jaar geleden. Als we kunnen kijken met de ogen van kinderen, in al hun onbevangenheid, is daarvan een spoor te zien!

Pastor Ingrid Schraven

 

Of het harde al zacht wordt


We hebben van een witte kerst mogen ‘genieten’. We zijn de spiegelende ijsvelden over gekomen. De eerste sneeuwklokjes hebben hun blad alboven de grond gestuurd en eigenlijk denken we dat de lente al komt. Er is genoeg winter geweest.
Zo denken wij mensen. Mensen van deze tijd die zo veel in eigen hand kunnen nemen,zo veel naar eigen goeddunken kunnen bepalen. Wat ons belieft en – vooral - wat ons niet belieft. Wij willen LENTE, en wel NU! We willen nieuwe levenskracht, een beetje zonnewarmte en een klein lammetje in de wei dat dartelt omdat het niet anders weet dan dat het leven dartelen is. We kijken weg van de harde grond, de laatste verrotte herfstbladeren, het zwarte water in de sloot.
We reikhalzen naar de eerste koolmeesjes die het aandurven een nestkastje te bewonen. We reikhalzen, we smachten, we willen zo graag… Maar de wilgenkatjes wiegen in de wind zachtjes een “nog-niet, nog-niet”. De knoppen van de rododendrons in het park hebben zich schrap gezet. Alsof ze ons oproepen: ”Hou vol. Bal al je verlangen naar nieuw leven samen.
Koester het van binnen en met zachtheid. Tot de tijd rijp is. Hou vol”.

Eerst de weg naar binnen volgen. Met aandacht. Dat is de langste weg. Snoei wat overbodig blijkt. Dan is de tijd van wachten, attent voor wat leeft van binnen en van buiten. Dat is niet te regelen, niet zelf te bepalen. Het wordt ons gegeven. Zoals de Schepper het de crocus geeft, en de koolmees en de wilgenkatjes.

Hernieuwd leven: het komt, maar heb geduld.

 

Koud en verlangend naar een warmere wereld
Een duurzaam seizoen
Speuren - want zeker het komt -
Of het harde al zacht wordt

(Inge Lievaart)

 

Mijmering van pastor Carla Berbée,
p.w. bij de aanloop naar de Vasten

 

Pasen, de kunst van het opstaan                                                                                paaswoordje jan

 

Opstaan is een belangrijk moment, elke dag. Laatst vertelde een van de bezoekers van het Citypastoraat dat ze ’s morgens om vijf uur, vanwege de pijn van het liggen in bed, was opgestaan. Althans voor haar betekent dat ze zich verplaatst van haar liggende houding in de zithouding in haar rolstoel. Soms wil het lichaam niet, het doet pijn, of voel je de stijve spieren en is het lastig om in beweging te komen. Ik heb bewondering voor deze vrouw omdat ze elke dag weer opstaat en er dan ook is.

Misschien wil het lichaam niet zo maar de geest staat elke dag ook met haar op.

Ik verbaas me elke dag weer over de sterke geesten van de mensen die of in een rolstoel zitten of om andere redenen het niet gemakkelijk hebben in het leven en toch elke dag weer opstaan om een er een nieuwe dag van te maken. Opstaan is elke morgen een heel bijzonder moment. Elke vorm van opstaan is zeggen: “Hier ben ik”. Een moment van opnieuw geboren worden.

Jezus was vermoord door mensen die dachten dat hij een bedreiging was voor de religieuze en politieke elite van die tijd. Jezus was uit zijn graf opgestaan en hij had de kracht om weer levend te worden. Hij was lichamelijk opgestaan en zijn spirit, zijn geest, was niet kapot te krijgen.

Maria Magdalena had hem gezien: “Rabboeni, meester u bent het, Jezus!

Nu zouden we zeggen: Dat mens ziet spoken, dat zal wel bij de rouwverwerking horen. Een soort paranormale geestesverschijning. Een soort ontkenning dat een geliefde is overgegaan. Er zijn tenslotte geen verhalen van daarna, dat hij weer vrolijk door de straten van Jeruzalem liep. Maar ook Johannes schrijft: “De leerlingen hadden eerst niet begrepen van wat er geschreven staat, dat hij namelijk uit de doden moest opstaan”.

Johannes gaat het graf in en,- zo staat er in het evangelie kort maar krachtig-, “hij zag en hij geloofde”. De knop ging om, de dood is niet het einde.

En 20 eeuwen later, komen er overal op de wereld mensen bijeen die geloven in die kracht en die geest en de spirit van die man uit Nazareth die vermoord is en is opgestaan. De dood overwinnen noemen we dat. Jezus die het zelf vele malen op zijn tocht gezegd heeft: “sta op en leef”. Die kracht tot leven, ….dat leeft hij voor tot op de dag van vandaag.

De nacht is niet het einde, de koude winter in de kerk is niet het einde en zelfs de dood is niet het einde.

De nacht, de winter en de dood zijn niet het einde. Mensen blijven opstaan en opstandige mensen vóór het leven, vóór een zinvol en gelukkig leven. Pasen betekent opstaan uit de nacht, opstaan uit de winter en opstaan uit de dood, wakker worden uit dat wat dood lijkt. Christenen zijn in de geschiedenis altijd opstandige christenen geweest, protestanten, ook de katholieken in de wereld.

Opstaan uit de nacht geeft de dag een nieuwe kans. Soms heb je een hand nodig die jou helpt opstaan, daar zijn we gemeenschap voor.

We komen bij elkaar om Pasen waar te maken, om op te staan tegen onrecht, tegen de verwondingen van lichaam en ziel. Opstaan is kiezenvoor de dag en daar verantwoordelijkheid voor te nemen. Dat is de spirit van Pasen. En als ons dat lukt, maken wij Pasen tot een feestelijke werkelijkheid. Ik word opstandig van Pasen, maar het is een opstandigheid die een belofte in zich heeft. De belofte van de lente en de zomer. De belofte dat mijn boosheid kracht wordt. De kracht om recht te doen aan goede zaken. De belofte dat ik weer opnieuw kan beginnen. Door op te staan. Dan worden we boven onze eigen zwaartekracht uitgetild en delen we herboren in een nieuwe schepping: God sprak: Er zij licht, en er was licht, en God zag dat het goed was. Toen was het avond geworden, en het was nacht geworden, een lange nacht, en het was eindelijk morgen geworden: De eerste dag!

 

Pastor Jan van den Nieuwendijk, p.w.

Panta rei

 

“Panta rei”. Dit is een Griekse uitdrukking, die betekent: “alles is in beweging”. Deze uitdrukking hoorde ik op een avond van de Historische Sociëteit Enschede-Lonneker, toen het ging over een wetenschappelijk boek over de geschiedenis van Enschede, dat (in opdracht van de gemeente Enschede) wordt geschreven onder leiding van de heer Albert de la Bruheze, docent aan de UTwente. Op deze avond constateerden we, dat er in Enschede veel in beweging is. Maar wat is nu eigenlijk de identiteit, de ziel van deze stad ? Zo’n gemeenschappelijke identiteit is niet zo gemakkelijk vast te stellen. Naar mijn gevoel komt dit, doordat Enschede van origine een dorp is, dat door de textielindustrie en door de komst van de UTwente (dit jaar 50 jaar geleden) is uitgegroeid tot één van Nederlands grootste steden. Van dichtbij en veraf zijn mensen in deze stad komen wonen, waardoor de samenstelling van de bevolking heel divers is. Iemand zei me: in het buitenland kennen ze Enschede vanwege twee dingen: namelijk FC Twente en de vuurwerkramp. Heel begrijpelijk. Als Enschedeërs zijn we nog altijd trots op onze landskampioen. En bij de herdenking van de vuurwerkramp op 13 mei van het vorig jaar mocht ik meebeleven, hoe diep de ramp van 10 jaar geleden de mensen hier in de ziel gesneden heeft. De voetbal en de vuurwerkramp beweegt ons als inwoners van deze stad en brengt ons in beweging.

 

Een andere vraag, die me bezig houdt, is: wat beweegt ons als Rooms-Katholieke Parochie Sint Jacobus ? De fusie van de afzonderlijke geloofsgemeenschappen tot één parochie is nu bijna een jaar oud. Als afzonderlijke geloofsgemeenschappen moeten we eraan wennen dat we nu samen één geheel zijn. Tegelijk zullen we ons als nieuwe parochie daadkrachtig en slagvaardig moeten opstellen om onze missionaire taak – dat is de verkondiging van Gods Blijde Boodschap – ook in de geseculariseerde context van onze stad waar te kunnen maken. Naar mijn gevoel kunnen we dit niet alleen, maar zou het goed zijn als we samenwerken met andere spelers op het maatschappelijk middenveld (civil society), die raakvlakken hebben met ons kerkelijk werk, bijvoorbeeld op diakonaal gebied. Als stadsbrede parochie zullen we onze kerntaken goed moeten behartigen. Kerntaken, die liggen op liturgisch, katechetisch en diakonaal gebied. Hiernaast is er natuurlijk het pastoraal programma van de afzonderlijke geloofsgemeenschappen. Bezoekwerk en bekendheid met de wijk zijn hierin mijns inziens belangrijke items. Naast de kerntaken en het pastoraal programma van de geloofsgemeenschappen hoort tot het parochiële programma ook nog het zogenaamde “ondernemerschap”, dat wil zeggen vernieuwend pastoraat dat ontwikkeld wordt op projectmatige basis. In dit verband droom ik onder meer van een alphacursus (dit is een geloofscursus in een modern en aantrekkelijk jasje); verdere uitwerking van het concept familievieringen; het jongerenpastoraat goed op de kaart zetten (onder meer door de Wereld Jongeren Dagen); aansprekende diakonale projecten, een goede website en ook een goede (integrale) geschiedschrijving van katholiek Enschede.

 

De laatste vraag die ik U in het kader van dit artikel wil voorleggen is: wat houdt U bezig als parochianen van onze Sint Jacobusparochie en als gelovigen, die van harte meeleven met Uw eigen locale geloofsgemeenschap ? Als ik afga op de vragen, die me in de zes maanden, die ik nu in Uw midden mag werken, hebben bereikt, dan zijn het vooral vragen naar goed verzorgde uitvaartdiensten, mooie doopvieringen, het sacrament van de zieken, vragen rond eerste communie en vormsel en ook hulpvragen, die gesteld worden via het bereikbaarheidsnummer van de Caritas. Opvallend is ook het aantal mensen dat katholiek wordt, de biecht en de vraag naar dagelijkse vieringen. Het zou heel goed kunnen zijn, dat U nog heel andere vragen aan ons heeft. Als die er zijn, laat U deze dan horen: dan kunnen we er wat mee doen !

 

Als ik dit schrijf is het Nieuwjaarsdag: een heel nieuw jaar ligt weer voor ons. Ik hoop, dat het een mooi jaar mag worden, waarin we op het spoor mogen van de “ziel” van onze stad en onze parochie. Als we die ‘ziel’ scherp in het vizier krijgen, dan kan er ook veel in beweging komen. Moge onze patroon Sint Jacobus ons op onze pelgrimsweg hierbij helpen. Van harte wens ik U – mede namens de andere leden van het pastoraal team en allen die zich inzetten voor onze parochie – een Zalig en Gezegend Nieuwjaar.

 

                                     André Monninkhof, pastoor

Subcategorieën

Ga naar boven