10_kerken_banner

Wat ons te doen staat, en dát het te doen is.

Daarover gaat het in het christendom.

Dienst aan God hoort niet bij woorden te blijven.

Het moet gedaan.

Dat hebben we van het Jodendom.

Als leer zijn Jodendom en christendom doe-godsdiensten.

Want God doet van alles, voor ons. Zo wordt verteld.

En als antwoord op wat we over God horen, zal ook de mens van alles doen.

Maar wat precies? Waar, wanneer wie wel, en wie niet?

De geboden van Mozes zijn met verloop van tijd

tot een ingewikkeld geheel geworden.

Misschien omdat het leven zelf gecompliceerd is.

Onder Schriftgeleerden is daarom steeds de vraag:

 'Wat lees jij in de Wet. En hoe leg jij die uit?"

Ook Jezus wordt uitgedaagd om te zeggen hoe hij de Wet van Mozes begrijpt.

Ze vragen dan niet naar theorie. Maar naar de praktijk.

Wat zegt Jezus, dat wij volgens Mozes moeten doen?

Allereerst: Hoor Israël! Horen is het oer-gebod.

Echt luisteren gaat aan alles vooraf.

Een kunst op zich!

En vervolgens is het eerste en allerbelangrijkste om te doen,

dat je met heel je persoon en al je mogelijkheden God liefhebt.

En dat je andere mensen liefhebt zoals jezelf.

Lief-hebben: met liefde bij je hebben.

Niet wegzetten uit angst of onverschilligheid.

Bij je houden; soms moedig er bij uithouden.

Want elke ander doet er toe, net als jijzelf.

Niet alleen in theorie, maar juist ook in praktijk!


Paul Daggenvoorde, pastoor
cross

In mijn studietijd voor theologie had ik een docent, die elk college begon met een kort gebed: ‘Vader in de hemel, geef ons koele hoofden en warme harten om te zijn bij de dingen van Uw Koninkrijk. Amen.’ Dat was kort en krachtig. Ik bid het zelf nog regelmatig en hoor dat mijn collega Paul Daggenvoorde bij bijeenkomsten ook af en toe doen. We zaten in dezelfde collegebanken. Maar hoe zeer hebben we dat koele hoofd en dat warme hart in deze tijd nodig! In mijn privésfeer wordt momenteel de ene na de andere afspraak afgezegd. De één heeft Corona. De ander snottert en heeft koorts. Een familiebijeenkomst is te groot. Dat kan echt niet in deze tijd. Dat koele hoofd heb ik nu hard nodig! Steeds moet ik tegen mijzelf zeggen: ‘Het glas is niet half leeg, maar half vol’. Blijf de mooie dingen zien. Want dat is de enige manier. Ik kan wel zitten treuren om alles wat niet doorgaat, maar wat heb ik daaraan? En dus richt ik mij telkens weer op alles wat wel doorgaat. En ik moet zeggen: ‘Dat is nog heel wat’. De afgelopen week zijn we begonnen met de Vormselvoorbereiding. We zaten met zeventig man, ouders en kinderen, voor een Startavond in de Sint Janskerk in Enschede Zuid. Ik vind het mooi dat zoveel kinderen en ouders toch weer meedoen. Kinderen in de groepen 4 die ik vanwege de aanmelding voor de Eerste Communie bezoek zijn altijd enthousiast en zitten vol vragen. Ik ontmoet mensen met mooie verhalen. Met parochianen ontdekken we het getijdengebed. Dat doet wat met mensen! En ook al zingen we niet, iedereen kan meedoen. Wandelen in de natuur blijft prachtig. Er is tijd om een boek te lezen. Ik wens ook u een koel hoofd en een warm hart toe. Vrede en alle goeds!

pastoraal werker Frank de Heus

cross

Als jou iets wordt aangedaan, hoe reageer je dan? Laat je het gebeuren? Ga je het gevecht aan? Neem je wraak? Vergeef je het? In de eerste christelijke gemeente worstelt Mattheüs ermee. Hoe voorkom ik dat iets van kwaad tot erger wordt; dat de gemeenschap uit elkaar spat? Mattheüs kiest voor het oplossend vermogen van het gesprek. Als jouw broeder of zuster jou iets aandoet, probeer dan eerst onder vier ogen het gesprek aan te gaan. Wordt er niet geluistert, neem dan één of twee anderen mee. Haalt ook dat niets uit, leg het dan voor aan de gemeenschap. Hij probeert het dus eerst klein te houden, maar als het niet anders is, wordt het individuele geschil tot iets van de gemeenschap gemaakt. Dat is ook logisch. Want één rotte appel kan de hele oogst aansteken. Dat moet je niet willen. Wij - in onze tijd - kunnen wel denken, dat wat wij doen of wat ons overkomt de ander niet aangaat, maar de pijn die wij voelen of een ander aandoen, raakt ook altijd anderen. Want die merken iets van onze gelatenheid, boosheid, verdriet of irritatie. Het doet iets met de sfeer, of je reageert wat je dwars zit af op anderen. Mattheüs heeft veel vertrouwen in het oplossend vermogen van de wijdere kring. De gemeenschap heeft het gezag de overtreder van zijn zonde te ontslaan en te vergeven, maar ze kan de zonde ook bij de overtreder laten staan en hem zelfs buiten de gemeenschap zetten. Maar de gemeenschap moet daarbij altijd bedenken, dat waar twee of drie in Jezus’ naam bijeen zijn, Jezus zelf in hun midden is (Mt. 18, 20). Barmhartigheid wilde die Jezus, geen offers. Hij was niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars. Zo moet ook de gemeenschap zijn.

Pastoraal werker Frank de Heus

cross

‘Wat denkt u van het volgende? Iemand had twee zonen. Hij zei tegen de een: ‘Jongen, ga vandaag in de wijngaard aan het werk.’ De zoon antwoordde: ‘Ik wil niet,’ maar later bedacht hij zich en ging alsnog. Tegen de ander zei de man precies hetzelfde. Die antwoordde: ‘Ja, vader,’ maar ging niet. Wie van de twee heeft nu de wil van zijn vader gedaan?’ Beste lezer, dit is niet mijn verhaal. Jezus vertelde het ooit, lang geleden. Toch is het verhaal nog steeds relevant. Ik zou mogen hopen, dat jongeren, die momenteel de belangrijkste bron van besmetting vormen, op die eerste zoon lijken. Er wordt nogal wat verlangd van jongeren. Ga je net studeren, wil je nieuwe mensen leren kennen, thuis raken in een nieuwe stad, ben je in de bloei van je leven en wil je lekker feesten, en dan wordt dat alles aan banden gelegd! Dat is niet leuk! Toch moet het! Want de gevolgen zijn groot. Je wilt niet dat ouderen en kwetsbare mensen geraakt worden als in het voorjaar. Moet de boel op slot, dan gaan bedrijven failliet en verliezen nog meer mensen hun werk. Als iets duidelijk wordt in deze tijd, dan is het wel, dat we allemaal afhankelijk zijn van elkaar. Wat je doet of niet doet, heeft gevolgen voor anderen. In ‘ouderwets’ christelijke zin worden er nu offers gevraagd. Van ieder van ons wordt zelfbeheersing en discipline gevraagd omwille van het grotere goed, de gezondheid en het welzijn van allen. Hoe meer ieder zijn of haar best doet, hoe sneller we uit de crisis komen. Ook al heb je dus eerder gezegd: ‘Ik wil niet’, misschien bedenk jij je nog?

pastoraal werker Frank de Heus

cross

Zondag 2 augustus luisteren we naar het verhaal, dat Jezus met vijf broden en twee vissen een grote mensenmenigte voedt. Het verhaal staat bekend als het verhaal van de wonderbare broodvermenigvuldiging. Het komt in meerdere varianten voor in de evangeliën. Zondag van de hand van Mattheüs (14, 13-21). Het verhaal zit vol getallensymboliek. Er worden vijfduizend mannen gevoed, vrouwen en kinderen niet meegerekend (Dat is trouwens ook wat!). Vijf is het getal van de mens. Jezus is volledig mens. Mensen komen door hun ontmoeting met Jezus tot hun ware zelf. Hoe komt dat? Ik vermoed, dat dat veel te maken heeft met wat Jezus daarvoor doet. ‘Hij nam de vijf broden en de twee vissen, keek omhoog naar de hemel, sprak het zegengebed uit en brak de broden; hij gaf ze aan de leerlingen, en de leerlingen gaven ze door aan de mensen’. Waar mensen de hemel, God, bij hun dagelijks leven betrekken, weten zij zich niet alleen. God draagt hen. Dat maakt je sterk. Waar mensen zich zo uitspreken en het alledaagse zegenen, gaan ze positief, dankbaar, in het leven staan. Wie breekt en geeft, wie deelt van wat hij heeft, zijn of haar vreugde en verdriet, datgene waarmee hij of zij een ander van dienst kan zijn, verbindt, zorgt, helpt. Dat geeft diepe zin, blijdschap en tevredenheid aan jouw en andermans leven. Jezus moedigt zijn leerlingen, die zich te klein voelen, aan zo ook te doen: ‘Geven jullie ze maar te eten’. Hij heeft vertrouwen in ons. Wij kunnen dat wonder ook laten gebeuren.

Pastoraal werker Frank de Heus

cross

Subcategorieën

Ga naar boven