Begin van de tijd tot aan Pasen.

Dagen van bezinning en bekering,

en ook van boetvaardigheid en versobering.

De as en het askruisje drukken het allemaal uit.

We vragen God

om ons te reinigen en te vernieuwen.

Daarbij kijken we naar onszelf.

Wat is in jouw eigen ogen

niet zo zuiver aan jezelf?

En wat is verouderd patroon

van denken en doen?

Wat zou wel vernieuwd mogen worden?

We vragen wat van God.

We vragen ook wat van onszelf

deze veertigdagen.

Dat we extra werk maken van

gebed, vasten en goede daden.

En zo gedisciplineerd gaan werken

aan de drie fundamentele relaties van ons leven:

aan de relatie met God, (gebed),

aan de verbinding met andere mensen

én de schepping, (goede werken van liefde en duurzaamheid),

En aan de band met onszelf (vasten).

Deze ‘to do list’ van bidden, geven en vasten

gaat in tegen onze krachtige drang

naar verstrooiing,

naar hebben,

en naar innemen.

Het is echt afzien.

Maar je zult zien,

dat je groeit in menszijn.

Je komt tot leven,

als je afleert

om te wórden geleefd.

Je wordt zuiver en nieuw.

En je zult merken

dat je er God voor kan bedanken.

Dat God destemeer blijkt te kunnen voorzien waar jij durft afzien.

Goede veertigdagentijd!