Sinds vier dagen wordt er elke nacht wat gestolen, beneden uit de keuken van de pastorie. Insluiping. Een rat. Zo blijkt uit tandafdruk van wat is aangevreten. En uit keutels die achterblijven. In de tuin had ik het dier vorige week zien lopen. Zomaar, zonder haast of schrik. Midden over het tegelpad. Verzwakt bleef hij er even stil zitten.

'Hebben jullie ook last van ratten'. Vroeg ik een medewerker van de bar naast de pastorie. Hij was juist bezig opgeveegd vuil uit de kelder af te voeren via een luik aan de Langestraat. Normaal gaat daar de slang van de bierwagen door naar binnen. 'Nee, hier niet, en ook in het schuurtje achter niet, tenminste, niet meer'. Vorige week had hij wel een leeg nest gevonden.

De horeca is gesloten. Ruimt uit, maakt schoon, knapt op. In de hele binnenstad tijdelijk geen keukenafval. Anderhalve meter samenleving. Nog even geen terrasje. Tenminste niet nu ik dit schrijf.

Ook geen bezoek. Wel insluiping dus. Want de natuur gaat zijn eigen gang. Ziektekiemen ook. Ik zal de gemeente bellen. Dat ik deze hongerige en dakloze niet wil opnemen en voeden, maar wil vangen. Na Pinksteren wil ik een val. En dat is nog maar het beste ook.