10_kerken_banner

Sinds vier dagen wordt er elke nacht wat gestolen, beneden uit de keuken van de pastorie. Insluiping. Een rat. Zo blijkt uit tandafdruk van wat is aangevreten. En uit keutels die achterblijven. In de tuin had ik het dier vorige week zien lopen. Zomaar, zonder haast of schrik. Midden over het tegelpad. Verzwakt bleef hij er even stil zitten.

'Hebben jullie ook last van ratten'. Vroeg ik een medewerker van de bar naast de pastorie. Hij was juist bezig opgeveegd vuil uit de kelder af te voeren via een luik aan de Langestraat. Normaal gaat daar de slang van de bierwagen door naar binnen. 'Nee, hier niet, en ook in het schuurtje achter niet, tenminste, niet meer'. Vorige week had hij wel een leeg nest gevonden.

De horeca is gesloten. Ruimt uit, maakt schoon, knapt op. In de hele binnenstad tijdelijk geen keukenafval. Anderhalve meter samenleving. Nog even geen terrasje. Tenminste niet nu ik dit schrijf.

Ook geen bezoek. Wel insluiping dus. Want de natuur gaat zijn eigen gang. Ziektekiemen ook. Ik zal de gemeente bellen. Dat ik deze hongerige en dakloze niet wil opnemen en voeden, maar wil vangen. Na Pinksteren wil ik een val. En dat is nog maar het beste ook.

De laatste maanden voel ik me meer op mezelf terug geworpen, en dat zal voor heel veel mensen gelden. Niet dramatisch, maar toch.
Deze tijd doet me ook opnieuw naar mezelf kijken. Het werkt als een spiegel: wat hoort bij mij? waarin kom ik nu mezelf tegen? Waar heb ik last van omdat ik zo in elkaar zit (en niet anders!)?
Ik ben een mens van direct contact; daarin bloei ik op, daarbij gaat mijn energie stromen. Daarvan word ik blij. Na een directe ontmoeting kan ik weer verder op eigen kracht en in eigen koers.
Misschien maakt dat ook iets duidelijk van Pinksteren. Je hebt elkaar nodig. De ontmoeting van mens tot mens, van hart tot hart, van ziel tot ziel: dan begint de be-zieling.
Op dit moment mis ik de mensen in Overdinkel, mis ik mensen in Glanerbrug, mis ik alle mensen die ik anders zo vanzelfsprekend tegenkomt, of even een praatje mee maak, of met wie ik samen nieuwe plannen smeed. Ik mis die ziel, die be-zieling . Voor mij kan daar geen telefoon of app tegenaan. Op Facebook kijken is wel leuk, maar het blijft allemaal surrogaat.
Al is een vonkje van diezelfde Geest die speels en heel maakt soms al genoeg. Een schitterend 4-stemmig lied van een koor dat elkaar ook zo mist: “Don’t give up!” Een heleboel creatieve oplossingen om toch verjaardag te vieren, of op-afstand-en-toch-samen een spelletje te doen.
De Geest die samenbrengt en verwarmt: die waait steeds meer uit onvermoede hoek.
Vandaag heb ik via de laptop met mijn collega-pastores overlegd, elkaar toch even gesproken. Dan kan ik weer verder. Het vuurtje is weer aangeblazen!

cross

‘Is dit een straf van God?’. Sommige mensen, zo werd mij de afgelopen weken duidelijk, worstelen met deze vraag. ‘Zou God deze pandemie over de aarde gezonden hebben, omdat wij ons van God hebben afgekeerd, het evenwicht in de natuur verstoren, elkaar de tent uitvechten?’ De hoofdprediker van het Vaticaan, Raniero Cantalamessa, beandrukte onlangs in aanwezigheid van de paus, dat de pandemie geen straf van God is. ‘God is onze bondgenoot, niet die van het virus’, zei hij. ‘Als deze plagen straffen van God zouden zijn, zou het onmogelijk zijn om uit te leggen waarom zowel de goeden als de slechten erdoor getroffen worden, en waarom de armen meestal het hardst getroffen worden. Zondigen zij meer dan anderen?’. Ik zelf moest bij deze vraag denken aan de onmoeting van Jezus met een blinde man (Joh. 9). Jezus krijgt de vraag voorgelegd: ‘Rabbi, hoe komt het dat hij blind was toen hij geboren werd? Heeft hij zelf gezondigd of zijn ouders?’ Jezus antwoordt: ‘Hij niet en zijn ouders ook niet.’ Zeer resoluut verwerpt Jezus daarmee het beeld van de monsterlijke God, die mensen straft. In het evangelie van Lucas doet hij iets vergelijkbaars (Luc. 13). Onder verwijzing naar een stenen toren die was ingestort en waarbij achttien mensen omkwamen, zegt hij: ‘Denken jullie dat zij schuldiger waren dan alle andere mensen die in Jeruzalem wonen? Zeker niet, zeg ik jullie.’ God is geen straffende God. God is liefde (1 Joh. 4). De pandemie wijst ons er wel op, dat wij kwetsbaar zijn en niet alles in eigen hand hebben. Dat wij niet zonder elkaar kunnen. Niet zonder God kunnen, zou ik gelovig zeggen. Ons antwoord op het virus kan alleen maar zijn ons hart te laten spreken en elkaar waar mogelijk te helpen en er doorheen te halen.

Pastoraal werker Frank de Heus
cross

We springen samen. Aan deze zin op een kindertekening, moest ik denken toen ik het Evangelie las voor zondag 10 mei, de vijfde zondag van Pasen, Moederdag. In deze tijd van veel vragen hoe alles zal gaan in de toekomst, we ons allemaal wel eens alleen voelen horen we in het evangelie over een weg ten leven. Hierin moeten we, zo lijkt het, allemaal wel eens een sprong in het diepe maken, de diepte die het geloof ons wil geven. Op een kindertekening waaraan ik dacht en die ik enkele weken geleden kreeg toegestuurd per post van Agnes staat dat zo mooi door haar geschreven: “Wij springen samen”.

Ook Jezus vraagt ons om samen te springen in die ruimte waar plaats is voor velen. Wij mogen de weg die ons ook leven wil geven, gaan. En net als Thomas kennen wij die weg ook niet altijd. Maar we mogen dat vertrouwen hebben in Hem, die ook aan ons zegt: “Heb daarin maar geloof en vertrouwen”. We zitten in de meimaand, Mariamaand, en als er een is geweest die dat vertrouwen had is zij het wel; “Doe maar wat Hij u zeggen zal”, zo waren haar woorden. Doen wat Hij ons zeggen zal, dat is misschien wel springen in onzekerheid, die zekerheid kan geven. 

Ik wens alle moeders en hierin ook ons allen al het goede toe. Een mooie zondag. We springen samen in dat vertrouwen dat Hij, Jezus, de Weg, de Waarheid en het Leven is, ons draagt en daartoe uitdaagt.

cross

In quarantaine door Corona.

Opgesloten met Pasen
en straks
met Pinksteren ook.

Quarantaine is afgeleid van een woord voor veertigdagentijd.
Wie in de middeleeuwen was besmet met de pest moest voor de duur van de kerkelijke vastentijd, veertig dagen,
afzien van ieder contact.
Sindsdien heet elke isolatie ‘quarantaine’.

Maar onze isolatie is bepaald geen afsluiting.
Al komt er geen mens over de vloer,
er komt wel van álles binnen:
Nieuws, en nog eens nieuws.
Werk, school, en studie.
Thuis moeten we heel wat verwerken
alleen,
of veel te kort op elkaar
met steeds opnieuw
alleen maar elkaar.
Vanouds is quarantaine bedoeld
om toe te komen
aan wát al heel lang in je is.
Om afgesloten van buiten
te beleven en te verwerken
wat meestal onbewust
doorwerkt in hoe we altijd doen.
Quarantaine is vanouds ook bedoeld
om toe te komen aan wié bij je is.
En voor wie je meestal geen aandacht hebt:
God; Christus. De armen.

Quarantaine ten tijde van Corona
is een bijna lock down
maar toch beslist geen retraite.

Dat kan ook niet.
Er móet deze periode van alles binnenkomen.
En hoe verwerk je dat
als je in huis van alles
en van elkaar
nauwelijks afstand kunt nemen?

De oude regels helpen:
regelmaat, reinheid en rust.
Niet op eén en dezelfde plek
steeds alles, en door elkaar heen.
Maar gestructureerd
en op volgorde in de tijd.
Dát helpt.

Ik heb makkelijk schrijven.
Want gezond van lijf en leden.
En veelal alleen in huis.
Bovendien vier ik elke dag de mis.
En daar gaat dan ook nog flink wat stille tijd aan vooraf.
Zo kom ik op verhaal;
vertrouwd en nieuw tegelijk.

Dat van uittocht, van Pasen en Pinksteren

Pasen: De Heer is.
Hij is, De Weg
uit dood, naar nieuw leven.
Hoe dan?
Dat weten we niet.
Het hoe van zijn vernieuwing wordt door de evangelisten niet beschreven.
Trouwens wat weten wij van echte verandering in ons eigen leven...
Je ontdekt wel de richting. En misschien ook de motivatie waarom het zo niet langer ging. Maar meer ook niet.
Zo weten we ook niet precies hoe wij veranderen in deze coronatijd.
Wel dát we er anders uitkomen.

De vreugde van Pasen is voor ons christenen dat Jezus niet
op- en voor zichzelf is weggestapt uit de dood.
Maar om weer bij ons te zijn.
En om ons opnieuw met elkaar, met de hele mensenfamilie,
en met geheel de schepping te verbinden.
We zijn immers niet bedoeld om alleen op onszelf
of enkel binnen de eigen groep te zijn.
Ik denk dat we dat nu opnieuw ontdekken.
En noem dat onze nieuwe integriteit.
Een ander woord voor het nieuwe geheel.

De paasvreugde is dat de Heer bij ons is
om ons zijn vernieuwingskracht te geven.
De pinkstergeest is onze kracht tot nieuwe integriteit.

cross

Ga naar boven