10_kerken_banner

Zondag 2 augustus luisteren we naar het verhaal, dat Jezus met vijf broden en twee vissen een grote mensenmenigte voedt. Het verhaal staat bekend als het verhaal van de wonderbare broodvermenigvuldiging. Het komt in meerdere varianten voor in de evangeliën. Zondag van de hand van Mattheüs (14, 13-21). Het verhaal zit vol getallensymboliek. Er worden vijfduizend mannen gevoed, vrouwen en kinderen niet meegerekend (Dat is trouwens ook wat!). Vijf is het getal van de mens. Jezus is volledig mens. Mensen komen door hun ontmoeting met Jezus tot hun ware zelf. Hoe komt dat? Ik vermoed, dat dat veel te maken heeft met wat Jezus daarvoor doet. ‘Hij nam de vijf broden en de twee vissen, keek omhoog naar de hemel, sprak het zegengebed uit en brak de broden; hij gaf ze aan de leerlingen, en de leerlingen gaven ze door aan de mensen’. Waar mensen de hemel, God, bij hun dagelijks leven betrekken, weten zij zich niet alleen. God draagt hen. Dat maakt je sterk. Waar mensen zich zo uitspreken en het alledaagse zegenen, gaan ze positief, dankbaar, in het leven staan. Wie breekt en geeft, wie deelt van wat hij heeft, zijn of haar vreugde en verdriet, datgene waarmee hij of zij een ander van dienst kan zijn, verbindt, zorgt, helpt. Dat geeft diepe zin, blijdschap en tevredenheid aan jouw en andermans leven. Jezus moedigt zijn leerlingen, die zich te klein voelen, aan zo ook te doen: ‘Geven jullie ze maar te eten’. Hij heeft vertrouwen in ons. Wij kunnen dat wonder ook laten gebeuren.

Pastoraal werker Frank de Heus

cross

Ook in deze tijd van anderhalve meter afstand gaan we weer op vakantie. Velen blijven thuis of blijven in Nederland en weer anderen maken toch ondanks de onzekerheid die er nu heerst naar het buitenland. Na hectische maanden verlangen we allemaal denk ik naar wat rust en even afstand nemen. Dat is heel Evangelisch.

In het Evangelie horen of lezen hoe Jezus meerdere keren tot zijn leerlingen, zij die Hem volgen spreekt over afstand nemen van de sleur van alle dag. Tot rust komen in hetgeen wat ze vermoeid maken of teleur stelt. Komt tot Mij die vermoeid zijn en uitgeput. Heel veel mensen hebben de afgelopen maanden een top prestatie geleverd in de zorg en aandacht voor mensen. En ook wij in kerk en samenleving hadden de dingen graag anders gezien en ervaren. We nemen in de komende maanden even afstand van het alledaagse, hoe anders het alledaagse nu ook is.  Even tot rust komen om daarna weer een herstart te maken in datgene waartoe wij geroepen zijn. Na de periode van vakantie zal ‘normale’ nog niet weer terug zijn. Het alledaagse zal er nog niet weer zijn. Ik hoop dat wij allen hierin weer de weg vinden. Op school, in de maatschappij, maar ook in de kerk. Maar eerst wens ik u allen of u nu thuis blijft of toch in eigen land of buitenland  op vakantie gaat, een goede periode van rust en vrij zijn toe. Geniet en kom tot rust. Vrea en alle goeds.

Willy Rekveld, parochievicaris. 

cross

Het wordt of is inmiddels vakantie. Voor de een maar beter thuis, dit coronajaar. Voor de ander elders. Ik ga met collega’s naar een huisje in de duinen in Normandië. Driekwart jaar geleden geboekt.

Vakantie houden wordt vaak opgevat als op vakantie gáan; weg van huis en de dagelijkse beslommeringen. Vakantie komt van het Latijnse woord ‘vacare’ en betekent zoveel als vrij gekomen, leeg geworden. Denk aan een baan die vacant is. En dat er een vacature is. Boven de zijpoort van de Benedictijnenabdij in Egmond-Binnen staat: “Deo vacare”: voor God vrij zijn’. Zo willen de monniken leven; niet zomaar vrij van alles en iedereen. Vrij van het vele dat een mens zoal bezet. Zij worden leeg om vrij te zijn vóor de Ene: vrij te zijn voor God.

In hun dagelijks bidden en werken zijn de monniken altijd thúis op vakantie: bezig leeg te worden om voor God vrij te zijn.

Waarvan neem jij afstand deze vakantie, ook als je niet naar een Frans Duinhuisje gaat. En   voor wie wilt jij vrij zijn in en na de zomer?

cross

Zalig wie binnenshuis blijft, want zij beschermen anderen.

Zalig de werklozen en zelfstandigen, want hun nood aan God is groot.

Zalig de winkeliers, want zij maken noodzakelijke goederen beschikbaar.

Zalig de post- en pakjesbezorgers, want zij brengen noodzakelijke dingen.

Zalig het ziekenhuispersoneel,  spoeddiensten, dokters, verpleegkundigen, zorgverleners en schoonmakers, want zij staan tussen ons en het graf, en hen komt het Koninkrijk van de Hemel vast en zeker toe.

Zalig de kassiers, want zij verdragen overwerk en frustratie met geduld en kracht.

Zalig de vuilnisophalers, want ze zullen God zien over de afvalberg heen.

Zalig de leerkrachten, want ze blijven standvastig in verwarrende tijden.

Zalig de kerkwerkers; diakens, priesters en bisschoppen, want ze zijn een troostende aanwezigheid. In een wereld die pijn doet, blijven ze de weg naar God wijzen.

Zalig de alleenstaande ouders, want ze gaan alleen om met hun verantwoordelijkheden, zonder die even te kunnen uitstellen.

Zalig al wie alleen is, want ze zijn kinderen van God en met Hem zijn ze nooit eenzaam.

Zalig de nabestaanden, want ze hebben het ergste al gehad. Getroost zullen ze worden.

Zalig wie geïsoleerd zijn met hun misbruikers, want op een dag - zo bidden wij - zullen ze veilig zijn.

Zalig allen die in deze tijd zuiver van hart zijn. Al wie blijft hongeren en dorsten naar gerechtigheid. Al wie vrede bewerkt en barmhartigheid uitdraagt. Dat zij nabijheid mogen ondervinden en kalmte.

Moge de genade van onze Heer Jezus Christus, de liefde van God en de gemeenschap van de Heilige Geest met ons allen zijn. Amen.

© Jayne Manfredi en Dave Walker

cross

In het evangelie ( Matteüs 10, 17-42) van aanstaande zondag horen en lezen we over de tegenstellingen in het leven. Jezus benoemt dat zo treffend bij naam. ‘Wie zijn .. meer bemint’, ‘Wie zijn kruis niet opneemt’, ‘Wie een van deze kleinen…. ‘ Ook in deze tijd van afstand ervaren en horen we verschillende meningen. Ook is er nog nooit zoveel gesproken en gediscussieerd over wat kan en mag, in spreken en doen en laten. Soms benauwt mij dat.

Hier zo over nadenkend, en zelf hierin een uitdaging te zien, bracht mij bij de wapenspreuk van Bisschop Huub Ernst van wie ik nog les heb gehad zo’n vijventwintig jaar geleden. Zijn wapenspreuk: ‘Christus heri et hodi’, ‘Christus gisteren en vandaag’, mag ons een weg wijzen.  Het gisteren, de geschiedenis is er met goede en minder goede kanten en zo ook het vandaag, het nu. Ook zei deze bisschop in zijn eerste les die ik van hem kreeg: ‘In de ogen van je medemens lees je: ‘Dood mij niet, laat mij leven’. In en met al de meningen over dat laten leven is de vraag: ‘Geven wij - ongeacht wie en wat we zijn - elkaar daarin de ruimte, respect en aandacht? Leren wij van het gisteren? Bouwen wij in het heden aan een toekomst, die voor vrouwen en mannen, voor ouderen en jongeren, voor wie of wat je bent, waar je ook geboren bent, welke kleur je ook hebt, rechtvaardig is? Dat mag voor mij en ons allen een UITDAGING zijn.

cross

Ga naar boven